Waar kijken we nog van op

Waar kijken we nog van op

Het is in Nederland gelukkig niet iets van alle dag, dat er iemand wordt vermoord. Als we er over lezen of horen in de media dan schrikken we daar toch van op. Toch komt het vaker voor dan ik dacht. In 2014 werden in Nederland 144 mensen vermoord (op 17 miljoen inwoners). Dan zijn er ongeveer drie per week. Daar schrik ik eerlijk gezegd van. Maar dat is nog niets in vergelijking met het meest gewelddadige land El Salvador, waar de Vastenactie dit jaar een paar projecten ondersteunt. In El Salvador werden in 2014 meer dan 6600 mensen vermoord (op een bevolking van 6 miljoen). Dat zijn er 18 per dag! Als je dat tot je door laat dringen word je er toch koud van. Daar is moord aan de orde van de dag. Dan is het misschien niet zo gek dat je gaat geloven dat het hoort bij het ‘dagelijks’ leven, dat het ‘gewoon’ is. Kinderen in El Salvador groeien op met al dat geweld op straat.

Opgroeien met geweld

Het is natuurlijk niet te vergelijken met de situatie zoals het bij ons in Nederland is, maar ook onze jeugd krijgt van jongs af aan geweld en strijd voorgeschoteld. Dan denk ik aan speelgoed, naast het plastic kinderpistool is zelfs lego niet gevrijwaard gebleven van strijdlustige wereld, dat zich zelfs uitstrekt tot het universum. Veel films en games staan in teken van strijd en vernietiging. Toen mijn kinderen nog klein waren viel het me op dat in tekenfilms, met op zich vrij onschuldige beelden, het geluid wel agressief klonk. Als je naar de film kijkt valt het je misschien niet zo op. Maar als je alleen het geluid hoort, bijvoorbeeld vanuit de open keuken als jij aan het koken bent en de kinderen op de bank tv kijken, dan wel. Kinderen krijgen op deze manier spelenderwijs van jongs af aan agressie en geweld te zien en te horen. Wat voor wereldbeeld geven we de jeugd daarmee mee?

Waar ligt onze grens?

Waar we met ons allen voor moeten waken is dat bij ons geweld, of bedreigingen met geweld normaal gaan vinden. Anders glijden we af naar wat de paus in de encycliek maatschappelijk verval noemt (LS45). Daarom was het zo goed van de heer Pechtold dat hij aangifte heeft gedaan van de bedreigingen die hij op Facebook ontving. Zulke bedreigingen mogen niet met een schouderophalen worden afgedaan, met “ach zo’n vaart zal het wel niet lopen”. In de rechtbank vroeg Pechtold aan de dader of hij enig idee had wat voor impact de bedreiging had op zijn kinderen. Of hij daarbij had stilgestaan? Wat er verder precies is voorgevallen weet ik niet. Maar ik heb begrepen dat door de ontmoeting in de rechtszaal de dader tot inzicht was gekomen en spijt betuigde. Hieruit blijkt maar weer hoe belangrijk het is om elkaar te ontmoeten.

Spreek vanuit liefde

Hoe we elkaar ontmoeten is ook waar het in de anekdote waar ik mee wil eindigen om draait. Het was ’s avonds laat in Hoog Catharijne (Utrecht) toen een jonge vrouw langs een groepje liep dat daar rondhing. De jongens riepen haar van alles na en ze voelde zich best wel bedreigd, maar liep gewoon door. Ze merkte dat één van de jongens haar volgde. Ze werd bang, en vroeg zich af wat ze moest doen. Ze draaide zich naar hem om en sprak hem aan. “Wat fijn dat je even met me meeloopt, want ik voel met hier helemaal niet zo op m’n gemak.” Het gevolg was dat die jongen nu opeens haar ‘beschermer’ was geworden en haar zelfs hielp met het uit het rek halen van haar fiets. Is het niet mooi dat door iemand aan te spreken op zijn goede kwaliteiten een bedreigende situatie omgevormd kan worden tot hoffelijkheid? 

 

Marjolein Tiemens, December 2016