Pasen en vasten: hoe zit het ook alweer?

Pasen en vasten: hoe zit het ook alweer?

Carnaval 

Drie dagen van uitbundig feest vieren voorafgaande aan Aswoensdag en het begin van de Vastentijd. De oorsprong van carnaval is niet helemaal helder, maar het feest is wel duidelijk gerelateerd aan het katholieke vasten. Dat blijkt uit het feit dat het in Nederland alleen gevierd wordt in van oudsher katholieke streken en plaatsen (Noord-Brabant en Limburg, maar ook bij voorbeeld Oldenzaal). Tijdens carnaval is iedereen gelijk aan elkaar, vandaar dat er vaak vermommingen gedragen worden.

Vasten 

Een tijdlang je onthouden van het gebruik van bepaalde dingen. Het kan gaan om eten en drinken, maar tegenwoordig
ook om andere dingen, bijvoorbeeld je auto minder of niet gebruiken, de computer of iPhone uit laten staan. Een goede manier van vasten probeert vier dingen te bereiken:

-  een betere omgang met jezelf;
-  een betere omgang met medemensen;        
-  een betere omgang met het milieu en de gehele wereld;
-  een betere omgang met God.

Voor gelovige mensen zijn juist de eerste drie wegen in hun combinatie een goede manier om het vierde
doel na te streven: een betere omgang met het geheim dat we God noemen. Vasten is voor gelovigen daarom ook steeds een voorbereiding op het hoogfeest van Pasen en een periode van inkeer en bezinning.

Vastenperiode

De katholieke vastenperiode begint op Aswoensdag en eindigt op de zaterdag vóór Pasen om 12.00 uur ’s middags. Dat zijn 46 dagen. De zondagen tellen niet mee als vastendagen, dus uiteindelijk blijven er 40 dagen over. Het getal 40 verwijst onder meer naar het aantal dagen dat Jezus volgens drie evangelisten in de woestijn verbleef en het aantal
jaren dat de Israëlieten vanuit Egypte onderweg waren naar het Beloofde Land.

In de vastentijd draagt de priester tijdens de Eucharistie een paars kazuifel. Paars is in de R.-K. Kerk de symbolische kleur voor boete, berouw, inkeer en rouw. Uitzonderingen op de paarse kleur zijn de vierde zondag (Halfvasten) en Witte donderdag.

Aswoensdag 

De eerste dag van de vastentijd. Mensen kunnen in de kerk op hun voorhoofd een askruisje krijgen, wat herinnert aan een middeleeuws boeteritueel, toen zondaars die zich bekeerden werden bestrooid met as. Op een enkele plek wordt door de priester bij mannen nog as op het hoofd gestrooid. De as wordt tijdens de viering op Aswoensdag gemaakt door overgebleven palmtakjes van Palmpasen van het jaar ervoor te verbranden. Het askruisje moet mensen eraan herinneren dat hun leven vergankelijk is, niet meer dan stof en as, en dat een mens dus zijn plaats moet kennen. Vergelijk Gen. 18,27 waar Abraham zegt: Mag ik zo vrij zijn tot mijn Heer te spreken, ofschoon ik maar stof en as
ben? 

Halfvasten

De vierde zondag in de vastentijd. In sommige plaatsen wordt dan nog eens dunnetjes het carnavalsfeest overgedaan,
want de vastenperiode is op de helft. Tijdens de Eucharistie draagt de priester een roze kazuifel: door het paars van berouw en inkeer schijnt al het licht van Pasen.

Palmpasen  

 De zondag voorafgaande aan Pasen. Op deze zondag wordt de intocht herdacht van Jezus in Jeruzalem. Hij zat daarbij niet op een paard (het symbool van de overheersende Romeinen), maar op een ezel, een symbool van nederigheid. Omdat Jezus door de menigte werd toegejuicht met palmtakken, heet die dag Palmzondag. Op die dag worden ook palmtakjes ingewijd (in weerwil van de naam zijn het meestal buxustakjes), die door mensen mee naar huis worden genomen om het huis beschermen tegen bijvoorbeeld blikseminslag en brand. Het palmtakje wordt achter een kruisbeeld gestoken.

Goede Week 

De week voorafgaande aan Pasen waarin herdacht wordt dat Jezus zijn lijden en kruisdood moest ondergaan. De
Goede Week is het hoogtepunt van de vastentijd en heel in het bijzonder een week van inkeer en bezinning.

Witte donderdag

De donderdag voorafgaande aan Pasen, waarbij herdacht wordt dat Jezus het laatste Avondmaal vierde met zijn apostelen (leerlingen) en daarbij de Eucharistie instelde. De naam Witte donderdag verwijst naar de kleur van de liturgie (de priester draagt een wit kazuifel) en naar de witte doeken waarmee op deze dag de kruisbeelden in de kerk zijn
afgedekt.

Goede vrijdag

De vrijdag voorafgaande aan Pasen, waarin herdacht wordt dat Jezus zijn lijden op zich nam en aan het kruis stierf.
In de R.-K. Kerk wordt op deze dag geen Eucharistie gevierd, maar wel de zogenoemde Kruisweg, een herdenkingsdienst langs de veertien staties van het lijden en de dood van Jezus.

Stille zaterdag

De zaterdag voorafgaande aan Pasen en de laatste vastendag (tot 12.00 uur ’s middags). De dag heet Stille
zaterdag omdat dan de kerkklokken niet geluid worden. Volgens de volksoverlevering waren de kerkklokken dan op weg naar Rome om de paaseieren te halen.

Pasen

De dag dat christenen de verrijzenis van Jezus Christus vieren. Dat Jezus op de derde dag na zijn lijden en sterven
aan het kruis uit de dood is opgestaan, is het belangrijkste feit in het christelijke geloven en dus de hoogste feestdag in de katholieke kerk.

Pasen wordt gevierd op de eerste zondag ná de eerste volle maand in de lente. De eerst mogelijk dag van Pasen is 22 maart, de laatst mogelijke 25 april. De datum fluctueert dus en ligt niet zoals bijvoorbeeld Kerstmis vast. Omdat de datum van Pasen steeds verandert, veranderen ook de data van aan Pasen gerelateerde dagen zoals Aswoensdag (46 dagen vóór Pasen), Hemelvaart (op de 40ste dag ná Pasen) en Pinsteren (op de 50ste dag na Pasen).

Paasei

Het paasei dankt zijn populariteit mede aan het Vasten. Paus Gregorius de Grote verbood omstreeks 600 niet alleen om tijdens de vastentijd vlees, maar ook om eieren te eten. Eieren, die in gekookte vorm langer te bewaren zijn, werden zo een begeerlijke lekkernij die op paaszondag weer genuttigd mocht worden. Daarnaast was het ei al een vruchtbaar-heidssymbool vanuit de heidense en Joodse traditie en werd het mede daardoor het symbool van de Verrijzenis van Jezus.

Paashaas     

Naast het paasei is ook de paashaas een symbool van vruchtbaarheid. Dit stoelt op de Saksische vruchtbaarheidsgodin
Easter of Eostre (denk aan de namen voor Pasen in Engeland Easter en in Duitsland Ostern). In christelijke tijden werd de haas ook een symbool van onschuld (gezegde: ‘mijn naam is haas’), waarmee een verband werd gelegd met de
gekruisigde, maar onschuldige Jezus en met zijn Verrijzenis. Sinds de 16de eeuw heeft het gebruik van de Oschter Haws, de paashaas, die een mand met eieren cadeau deed als je braaf was geweest, zich over Duitsland en West-Europa verbreid.

Beloken Pasen

De eerste zondag ná Pasen. ‘Beloken’ betekent zoiets als ‘gesloten’, denk bij voorbeeld aan ‘luik’. De term refereert aan het feit dat de volgelingen van Jezus, de apostelen, zich na diens dood en verrijzenis afgezonderd hadden, bang voor de dingen die konden gebeuren. Pas met Pinksteren doorbraken zij die angst en begon, nadat de H. Geest over hen was gekomen, hun prediking van de Goede Boodschap, het evangelie.

Wilt u deze tekst printen? Dan kunt u hier de tekst downloaden.