Achtste gebod: We zitten in hetzelfde schuitje

Achtste gebod: We zitten in hetzelfde schuitje

Vanaf het midden van de vorige eeuw is de tendens gegroeid om de planeet te beschouwen als een vaderland en de mensheid als een volk dat een gemeenschappelijk huis bewoont. (LS164). In dat huis, of in dat schuitje, heeft iedereen recht op een schone en veilige leefomgeving. Zowel paus Benedictus XVI als paus Franciscus stellen dat dit alleen met internationale samenwerking en akkoorden gerealiseerd kan worden. Klimaatverandering, verdeling van hulpbronnen, vervuiling en armoede zijn immers mondiale problemen die niet bij grenzen ophouden. Om tot oplossingen te komen is er tussen landen samenwerking en solidariteit nodig. Dit is verre van eenvoudig. “Het uur is gekomen om een zekere vermindering van groei in sommige delen van de wereld te accepteren en hulp te verschaffen, opdat men in andere delen op gezonde wijze kan groeien.” (LS 193).

Solidariteit
Solidariteit tussen landen lijkt vaak teveel gevraagd. Kijk alleen maar naar het gesteggel over de opvang van vluchtelingen in Europa. Ook menig klimaattop is tegengevallen. Klimaatbeleid vergt een lange termijn visie en daar is de politiek niet op gericht. De economische belangen van landen en multinationals zijn te groot en ze hebben zeer machtige lobbies om die belangen te beschermen. Vanaf paus Johannes XXIII pleiten de pausen daarom al voor een echt politiek wereldgezag. (LS 175).

Zelf verantwoordelijk
Dat er internationale samenwerking, het maken en naleven van afspraken op het gebied van beheer van natuurlijke bronnen, vervuiling, klimaatverandering, verlies van biodiversiteit, arbeidsomstandigheden, opvang van migranten en dergelijke nodig zijn mag ons er niet van weerhouden om ook zelf hier een steentje aan bij te dragen. Het heeft namelijk geen zin om alleen maar met het vingertje naar een ander te wijzen. Paus Benedictus XVI zegt in Caritas in Veritate dat wij altijd zelf verantwoordelijk zijn voor de manier waarop wij ‘dingen’ gebruiken en ook de verantwoordelijkheid dragen voor de productiemethode ervan.

Wat doen wij?
Oliewinning leidt vaak tot vervuiling, zoals bijvoorbeeld in Nigeria. Volgens de één komt dit door slecht onderhoud, volgens anderen door het illegaal aftappen van olie door de lokale bevolking. Hoe je het ook went of keert, voor deze mensen is er geen sprake van een schone leefomgeving. Maar wat doen wij? Laten wij de auto staan totdat de rotzooi is opgeruimd? En maken wij dit kenbaar aan de oliemaatschappij? Zolang wij vragen om olie zullen er altijd bedrijven zijn die het op een of andere manier uit de grond halen.

Er zijn nog steeds Nederlandse energieleveranciers die stoken met bloedkolen. Bij de winning van deze kolen uit mijnen in Colombia worden mensrechten op grote schaal geschonden. In het mijnbouwgebied zijn 55.000 boeren van hun land verdreven en meer dan 3000 mensen vermoord door paramilitairen die door de mijnbouwbedrijven werden ondersteund met geld, materiaal en informatie. Maar wat doen wij? Stappen we over op duurzame energie van wind, zon, aardwarmte of getijde energie? Oefenen we druk uit op de energieleveranciers?

Ook hier geldt het aloude adagio: Denk mondiaal, handel lokaal.

Marjolein Tiemens-Hulscher

http://groengeloven.com

LS x, zijn verwijzingen naar Lautdato Si