Eerste gebod: gebruiken, niet misbruiken

Eerste gebod: gebruiken, niet misbruiken

Het eerste gebod voor het mileu heeft alles te maken met hoe we in het leven staan, als mens ten opzichte van de natuur. Of Bijbels gezegd: welke plaats en rol is er voor de mens weggelegd in de schepping? Het joods-christelijk denken is er nog wel eens van beschuldigd dat - uitgaande van het Genesis verhaal dat ertoe uitnodigt de Aarde te onderwerpen (Gen. 1,28) - de mens een wilde exploitatie van de natuur zou bevorderen door een beeld van de mens neer te zetten als heerser en verwoester. Dit is echter niet de interpretatie van de Bijbel zoals de kerk die verstaat. (LS 67). Het Genesis verhaal nodigt ons uit om de tuin van de wereld te bewerken en te bewaren (Gen. 2, 15). Dit veronderstelt een relatie van geven en nemen tussen de Aarde en de mensen. Paus Franciscus zegt hierover: “Iedere gemeenschap kan uit de Aarde nemen wat zij nodig heeft voor eigen overleven, maar zij heeft ook de plicht haar te beschermen en de continuïteit van haar vruchtbaarheid voor de toekomstige generaties te waarborgen (LS 67).”

Verbinding

We zien het vaak mis gaan. De mens is geneigd om maar alles te doen wat nuttig en veelbelovend lijkt. Vaak leidt dit tot ontbossing, overbevissing, vervuiling van bodem, lucht en water, verlies van biodiversiteit of samengevat tot het vernietigen van ecosystemen. “Als wij willen overleven”, zei paus Benedictus, “moeten wij de eigen wetten van de Aarde respecteren, deze wetten kennen en ook gehoorzamen.” Net als de scheppingsverhalen gaan de wetten van de Aarde over relaties. Alles op Aarde, het levende en het niet levende, is met elkaar verbonden. Hoe die relaties zich tot elkaar verhouden noemen we ecologie, letterlijk vertaald: de leer van ons ‘gemeenschappelijke’ huis.


Wij zijn haar

Wij wonen niet alleen in dat huis, maar wij zijn haar. De Vietnamese boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh zegt het prachtig: “De Aarde is niet enkel de omgeving waarin wij leven. Wij zijn haar. Wij zijn van haar en zij is in ons, en daarom dragen wij haar altijd met ons mee. Wanneer we werkelijk zien dat de Aarde deel van ons is, krijgen we iets verbazingwekkends te zien. De Aarde is een en al leven. Wij zijn een levende, ademende, manifestatie van deze mooie vrijgevige planeet. Door hier oog voor te hebben, transformeren we onze relatie met de Aarde.”

Gebruiken

We lezen vaak in de media over het verdwijnen van bos, en het tropisch regenwoud in het bijzonder. Jaarlijks verdwijnt er wereldwijd 12 miljoen hectare aan bossen, voor houtproductie, maar ook om plantages aan te leggen voor soja, palmolie, koffie en cacao, om maar wat te noemen. In Guatemala zijn er stukken oerwoud die door lokale leefgemeenschappen worden beheerd, en met succes. Niet alleen de ontbossing is vrijwel gestopt, maar de welvaart van de lokale bevolking en de staatseconomie zijn toegenomen door het opzetten van eigen bedrijfjes en duurzame exploitatie van het regenwoud. (Trouw, 6 nov 2015). Ik vind dit een prachtig voorbeeld van ‘gebruiken, niet misbruiken’. En ik denk dat deze projecten zo succesvol zijn omdat de lokale gemeenschappen nog dat gevoel hebben deel te zijn van hun omgeving. Daar kunnen wij, hier in het rijke Westen, nog veel van leren.

Marjolein Tiemens

(LS x, zijn verwijzingen naar Laudato Si)