Verslag Pelgrimstocht 2017

Verslag Pelgrimstocht 2017

Met dank aan Jaap van de Vinne
Drie dagen lang hebben we met ruim vijftig pelgrims gewandeld door het Zuid-Limburgse landschap. Tijdens de wandelingen van ca. 20 km per dag voerden we mooie gesprekken met elkaar en luisterden we naar bezinnende teksten, een woord, een lied, een gebed.
De overnachtingsplaats was het conferentieoord Abdij Rolduc in Kerkrade. De roomse sfeer van weleer was zichtbaar en tastbaar aanwezig. De kelderbar heette heel toepasselijk De verloren zoon. De traptreden kraakten en de muren getuigden nog van de vele monniken die erlangs waren gestreken.

De eerste dag startte met een gebed: “Uit verschillende plaatsen komen wij korte tijd bijeen. Wij komen met al onze verschillen, op zoek naar gemeenschap en gezamenlijkheid. Wij komen om te delen wat we hebben en wie we zijn.”
We gingen op weg naar de Dom in Aken. Restanten van de Siegfriedlinie waren onderweg zichtbaar. Het beton kon de tanks niet tegenhouden, maar heeft de tand des tijds glorieus doorstaan. Bij de bronnen van Seffent baden we: “Ik wil als water zijn, de bron van alle leven, dat alle mensen samenbrengt, om samen, overal vandaan, het lief en leed te delen.”
Tegen de avond bereikten we de Dom. Een prachtige kathedraal, deels stammend uit de tijd van Karel de Grote, met mooie gebrandschilderde ramen. Mieke Lamers van radio 5 interviewde sommigen van ons en maakte een opname van het Vastenactielied, gezongen door ons spontaan ontstane pelgrimskoor.
Tot slot kregen we nog een lezing van Pim Lucassen (landschapsarchitect) over de spirituele invloed van het landschap op de pelgrim. Over fysieke ongemakken, hoe je pelgrim wordt en hoe je bij het naderen van Santiago ineens weer kunt verlangen naar huis .

De tweede dag stond in het teken van het Vastenactiethema Eilanden van hoop in El Salvador. We luisterden naar het verhaal van een moeder in El Salvador over hoe de ‘jongens’ de wijken in de stad terroriseren. Dat sneed door merg en been. Bij de gedachteniskapel voor omgekomen mijnwerkers beseften we hoe ongelofelijk veel mannen in de afgelopen eeuw hun leven verloren in de Nederlandse mijnen.
De tweede stop was bij de Andreaskerk, de ‘voetenkerk’, in Heerlen. De architect vond inspiratie bij de mijnen. Peter van Hoof, directeur van Vastenactie, vertelde een goed verhaal over hulp aan projecten. Het gaat zeker niet slechter dan vroeger, maar hulp is blijvend geboden om de allerarmsten hoop en toekomstperspectief te bieden.
Het laatste deel was het mooiste deel van de pelgrimage. Een beklimming en afdaling in het Eyserbos. Op het einde moesten we door een donker en spannend spoortunneltje. Je zag geen hand voor ogen en links van ons stroomde een beekje. Geen reling te bekennen.
Eindpunt was het klooster van Wittem, met een heuse ‘Harry-Potter-bibliotheek’. In de kapel kregen we een korte uitleg over de icoon van de OLV van Altijddurende Bijstand.
We werden uitgezwaaid door de rector van de redemptoristen, Henk Erinkveld. Een bijzondere en wijze man, een bisschopstitel waardig.

Op de derde dag liep hulpbisschop Mgr. De Jong een eindje met ons mee, langs de Worms naar Rimburg. Indruk maakte hij met zijn korte meditatie over liefhebben en aandacht geven.
Bij een kapel in het bos hoorden we: “Herken ik in jou het gezicht van de kwetsbare ander? De vreemdeling, ontredderd en moedeloos? Het kind, geteisterd door armoede vooraleer het geboren is? De jonge man, zonder perspectief? De jonge vrouw, uitgebuit en misbruikt? De inheemse, van zijn grond verdreven? De boer, verbannen van zijn akkers? De onderbetaalde arbeider? De werklozen, uitgebraakt door een hardvochtig economisch systeem? De oudere, gemarginaliseerd, nutteloos? Herken ik in jou het gezicht van de lijdende Christus? Herken ik in jou het gezicht van God?”
Via de Heilig-Hart-van-Jezuskerk in Nieuwenhagen bereikten we tegen de klok van vijven ons dierbaar geworden abdijhotel Rolduc. In de kerk hadden we een feestelijke slotviering. Nog eenmaal zongen wij ons vastenlied, uit volle borst: “Vast iets voor mij, wat ik ook nastreef: dromen van recht en waardigheid.”