Eigenlijk had ik dokter willen worden

Eigenlijk had ik dokter willen worden

101 jaar en terugkijkend op z’n leven had hij het liefste dokter willen worden. Maar ondanks dat heeft hij een buitengewoon bewogen leven gehad. Hij deelt het met blogger Yvonne Witter.

‘Eigenlijk had ik dokter willen worden. Maar mijn broers studeerden al dus was er geen geld meer. Ik ben in 1939 uitgezonden naar Indië maar wist totaal niet wat me te wachten stond. Ik ging erheen omdat ik daar kans zag op een betere baan.

‘Ik had me opgegeven als hospitaal-soldaat. Voor mijn vertrek naar Indië heb ik mijn diensttijd in Nederland vervuld. De oorlog brak uit en ik ben als krijgsgevangene in een ‘jappenkamp’ geweest. Ik hoorde later dat één op de vier mensen zo’n kamp overleefde. Ik heb het overleefd en er geen trauma aan overgehouden. In het kamp heb ik veel opgetrokken met een arts. Van hem heb ik eigenlijk het vak geleerd. De arts vond het geweldig dat ik zo geïnteresseerd was in zijn vak. Drie jaar lang werkten we samen. Er is een bijzondere vriendschap ontstaan.

Medische kennis

‘Na de oorlog ben ik bij mijn broer en schoonzus gaan wonen. Daar heb ik mijn vrouw ontmoet want zij hielp daar een handje in de huishouding. Ze nam niet snel beslissingen dus heeft het lang geduurd voordat we een relatie kregen. Intussen ben ik nog een keer naar Indië gegaan. We hebben toen brieven naar elkaar geschreven. Het waren geen liefdesbrieven hoor, maar we schreven wel gezellige dingen naar elkaar. Ik heb 9 maanden als vrijwilliger in Singapore gewerkt met die arts – waar ik al mee had samengewerkt – in een kamp. Daar werden inheemse mensen, voornamelijk Javanen opgevangen. Zij werden romoesja’s genoemd en waren er slecht aan toe. Zij hebben voor de Japanse bezetters moeten werken onder barre omstandigheden. Zij hebben spoorlijnen aangelegd in verschillende delen in Azië. Ik kon in dat opvangkamp mijn medische kennis kwijt.’

Lange studie

‘Eenmaal terug in Nederland heb ik even overwogen alsnog medicijnen te gaan studeren. Ik was inmiddels tegen de 30 jaar en wilde wat gaan verdienen in plaats van geld te lenen voor een lange studie. Ik heb het voorrecht gehad om het vak uit te oefenen zonder het gestudeerd te hebben, bedacht ik me. Ik ben gaan werken bij diverse bedrijven zoals bij een Amerikaans bedrijf dat gereedschappen maakte. En ik heb mijn vrouw ten huwelijk gevraagd. Ze moest nog even nadenken, want zij nam immers moeilijk beslissingen. We zijn getrouwd, kregen één dochter en drie zoons.’

Engelse liedjes

‘We hebben een huis laten bouwen. Mijn vrouw en ik pasten heel goed bij elkaar, maar ik had eigenlijk een Engelsman moeten zijn. Zij hield erg van de Engelse taal en cultuur. Zij zong heel mooi en met name Engelse liedjes. We zijn vaak naar Engeland met vakantie geweest. We zijn nooit naar Indië geweest. Dat wilde ik niet want ik zou niets meer terug herkennen. Er is veel veranderd. Wel zijn we naar Malakka gegaan omdat ik haar een beetje van het tropenleven wilde laten proeven.’

Leren roken

‘Natuurlijk heb ik gerookt. Maar ik ben gestopt. Zo rond mijn zestigste.  Toen ik bij mijn dochter die in het buitenland woonde op bezoek ging, zei ze dat ik welkom was als ik niet zou roken. Ik ben daarom gestopt. Wel jammer, want ik genoot enorm van een goede sigaar. Mijn grootvader heeft mij leren roken. Ik kwam graag bij mijn grootouders als kind. We speelden spelletjes. Grootvader had van die sigaretten in een geel doosje. Ik was zo’n jaar of 14, 15 en ben toen ook gaan roken. Daar heb ik totaal geen spijt van.’

Vertrouwen in het lot

‘Mijn activiteiten zijn de laatste jaren flink ingekrompen. Vroeger heb ik veel gewandeld. Nu luister ik vooral naar muziek. Weet je, ik heb veel vertrouwen in het lot gehad. Het lot is mij goed gezind geweest. Soms zagen dingen er slecht uit, maar die keerden zich altijd ten goede. Het lot heeft me nooit in de steek gelaten. ‘

Tekst: Yvonne Witter

Foto: Claudia Kamergorodski