Geen zorgen voor morgen

Geen zorgen voor morgen

Ida Salomé is bijna 100 jaar maar ze maakt zich geen zorgen voor morgen. Ze heeft een bewogen leven achter de rug, maar is nog lang niet uitgepraat.

‘Je moet duidelijk praten, anders houd ik mijn mond. Waar ik mijn man heb leren kennen? Dat gaat je niks aan. Maar als je het echt wil weten: op dansles. Hier is zijn foto. Daar is hij aan het bridgen. Ik heb altijd een goed huwelijk gehad. Daar kan ik erg fijn op terugkijken. Het is maar net wat je er zelf van maakt, hè?

‘Hij is alleen te vroeg overleden. Hij was ambtenaar bij de gemeente. Ik heb zelf nooit gewerkt. Luxe, he? Wat ik eigenlijk wilde worden? Nou, niks. Mijn kleindochter is rechter in Amerika. Dat lijkt mij een vervelend beroep.  Mijn vader was zeeman en mijn zoon ook. Dat zit toch in de familie. Mijn vader was genaturaliseerde Nederlander en mijn moeder een Friezin. Mijn vader is 100 jaar geworden.’

Arrogant volkje hoor

‘Ik ben in Den Haag geboren. Door het werk van mijn man ben ik hier in Drenthe terecht gekomen. U komt uit Amsterdam? Arrogant volkje, hoor. ‘Amsterdam, de grote stad die is gebouwd op palen.’ Het is een smerige stad. Ik heb hier in dit wooncomplex een mooie kamer en woon erg prettig. De medewerkers zijn geweldig. Ik heb ook een vaste hulp die ik vanaf het begin al heb. Maar ik zou hier graag een bridgeclub willen. Ik kan wel zeggen dat ik goed bridgen kan. Ook hou ik van lezen en zingen. Met kerst wil ik best een concert geven.’

Oude bok

‘Je bent op dezelfde dag als ik jarig? Je bent 45 nu? Dan ben je een oude bok. Nee, ik neem geen blad voor mijn mond, hoor. Nooit gedaan ook. Ik word in mei 100. Op mijn verjaardag komt de burgemeester. Maar ik ken hem helemaal niet. Ik denk dat ze wel een feest organiseren. Af en toe hoor ik geroezemoes en dan weet ik dat ze plannen hebben. Ik bemoei me er maar niet mee. Veel beloofd en weinig geven doet een gek in vreugde leven, zeg ik altijd maar.’

Last van m’n longen

‘Ik heb gerookt als een schoorsteen. Jarenlang. Op een gegeven moment ben ik gestopt. Van de ene op de andere dag. Dat is niet moeilijk hoor. Afgelopen is afgelopen. Het is maar net wat je wil. Als je geen wilskracht hebt, dan is het je eigen schuld. Maar ik ben gestopt omdat ik ging hoesten en last kreeg van mijn longen.’

Geen zorgen over de dood

‘Er is een hoop dat ik vergeten wil. En ja, dat lukt. Het moet wel. Waarom zou je oude koeien uit de sloot halen? Mijn leven is niet altijd over rozen gelopen. Ik heb in een Duits en Engels kamp gezeten Sommige Duitsers waren menselijk. Ik heb de hongerwinter meegemaakt en heb in een ziekenhuis gelegen in Boxmeer maar weet niet meer precies waarom. Ik heb zoveel meegemaakt. Ik vind daarom niets meer moeilijk. Doodgaan ook niet. Ik ben er niet bang voor maar hoop wel dat het in één keer gebeurt.’

Mijn vriend

‘Dat is het beroerde aan zo oud worden: je overleeft iedereen. Toch voel ik me niet alleen. Ik heb kinderen en kleinkinderen. Zij wonen jammer genoeg niet in de buurt. In Amerika, Duitsland. Het klinkt gek, maar ik heb een vriend. Uit Nieuwkoop. Gewoon voor de gezelligheid. Hij is wat jonger dan ik ben. Of ik een motto heb in het leven? Wat dacht je hiervan: Geen zorgen voor morgen. Geen smart. Zo is ons zigeunerhart.’

Tekst: Yvonne Witter