Interview mevrouw Kroezen-Boumans

Interview mevrouw Kroezen-Boumans

Rechtop lopen en doorzetten!

Mevrouw Kroezen uit Bunnik is 101 jaar oud, maar is nog steeds heel actief. Haar motto in het leven? Rechtop lopen en doorzetten. Het leven is niet makkelijk vindt ze.

‘Rechtop lopen’, dat kan mevrouw Annie Kroezen-Boumans iedereen aanraden. Ze is 101 en staat opvallend recht. Ik denk even dat het een dochter is, die de deur opendoet, maar het is mevrouw Kroezen zelf.

‘Ik ben geboren in Nijmegen en een echt stadsmens. Ik heb in Den Haag, Amersfoort en in Bunnik gewoond. Ik had nog nooit van Bunnik gehoord, maar kwam hier terecht door mijn tweede man. Ik moest erg wennen aan het dorpsleven hier. Nog steeds.’

Veel verdriet

‘Ik heb veel verdriet gekend in mijn leven. Veel gehuild in bed. Mijn eerste man heeft in de oorlog een ongeval gehad. Hij werd op zijn motor aangereden door de Duitsers en die hebben hem zo achtergelaten. Het gevolg was dat hij aan één oog blind geworden was. Hij heeft echter altijd gefietst en als ambtenaar gewerkt. Ook werkte hij als vrijwilliger voor de Bond voor Oorlogsslachtoffers, waarvoor hij onderscheiden is. Hij stierf vlak voor zijn 45e verjaardag aan leukemie. Hij liet mij achter met 5 kinderen. Dat was heel erg zwaar.’

Nooit stilzitten

‘Ik ben altijd erg flink en bezig geweest. Dat heb ik van mijn ouders geleerd; je moet nooit stilzitten. Mijn ouders hadden 14 kinderen en een slagerij en werkten hard. Het was altijd erg gezellig. We waren een muzikale familie. Twee zussen speelden prachtig quatre mains. Ik heb ook altijd piano gespeeld en ben nog altijd dol op muziek. We speelden spelletjes, we haakten, breiden en zongen. Ik heb nog één zus, maar zij herkent me niet meer. Mijn oudste zus heeft me destijds geholpen met de bevallingen. Zij was verpleegkundige. Ik heb alleen de huishoudschool gedaan. Ik kon niet zo makkelijk leren.’

Overleden zoon

’Mijn oudste zoon en schoondochter doen de was. Zij nemen me aanstaande zondag mee. Dan gaan we pannenkoeken eten. Dat vind ik fijn. Met het koude weer kom ik namelijk verder niet buiten. Ik had drie zonen en twee dochters. Mijn jongste zoon is gestorven. Hij had die vreselijke ziekte; alvleesklierkanker. Kijk maar even naar zijn foto. En op de deur hangen nog meer foto’s. Van mijn kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ik kan ze niet meer uit elkaar houden en weet niet meer hoeveel het er zijn. Mijn oudste dochter heeft een fotoboekje gemaakt van de honderdplusdag van de VU. Zij heeft mij begeleid. Willeke Alberti trad op. Het was zo’n leuke dag. Ik pak het boekje even, dan kun je zien hoe gezellig het was.’

Zeg niet zo veel

‘Ik doe aan alle activiteiten in het verzorgingshuis mee, Om 10 uur drinken we samen koffie, we eten samen, er zijn filmavonden, er is op maandagmiddag een thee uurtje, ik doe mee aan bingo en gymnastiek. Ik vind het saai als er een dag niets is. Schrijft u dit nu allemaal op? Echt gezellig vind ik het koffie uurtje niet, hoor. Ik zeg niet zo veel. Ik ben meer een kijker. Bovendien kan ik niet iedereen even goed verstaan. Als ze plat Bunniks praten, dan versta ik het niet. En als ze over het boerenleven gaan praten, dan kan ik het ook niet volgen. Ik ben echt een stadsmens. Hoewel ik wel erg van natuurfilms houd.’

Dol op kinderen

Gisteren of eergisteren was er een bingo hier en daar waren ook kinderen van de school bij. Dat vond ik erg leuk, Ik ben dol op kinderen. Zij maakten thee voor ons met een cakeje erbij. Naast me zat een jongen en ik liet hem met de bingo maar alles pakken. Dat vond hij prachtig. Ik hoop dat het nog een keertje is. Hoewel de kinderen tegenwoordig erg bijdehand zijn. Wat een speelgoed krijgen ze, zeg. Voor mijn vijf kinderen had ik één bouwdoos. Ze hebben hier in dit huis ook een robot. Iets van Dora of Mora. Een zorgrobot, noemen ze haar. O, Zora? Ja, dat klopt. Iedereen vindt dat leuk. Maar de halve tijd doet ze het niet.’

Wat een ellende

‘Ik bid elke avond tot God en vraag om hulp. Ik voel me erg alleen. Maar daar loop ik niet zo mee te koop. Ik hou het voor mezelf. Je moet je eigen kruis dragen in het leven. Ik heb geen vaste vriendin. Maar ik ben wel aardig tegen iedereen en de mensen zijn ook aardig tegen mij. Ik puzzel veel en dat is een fijne afleiding als ik alleen ben. Ook lees ik tijdschriften, van die roddelbladen. Dan lees ik dat de één na de ander in scheiding ligt. Wat een ellende allemaal. Dat denk ik ook als ik de krant lees. Vroeger bleef je gewoon je man trouw. Ik heb mijn man tijdens dansles in Nijmegen leren kennen. Mijn tweede man is ook goed voor me geweest. Hij heeft me geleerd om rechtop te staan. Hij nam me veel mee op vakantie en we deden veel leuke dingen samen. Maar hij is ook overleden. Ik denk veel aan vroeger terug.’

Rechtop lopen

‘Mijn wilskracht is enorm. En ik heb een flinke dosis doorzettingsvermogen. Als je dat hebt en rechtop blijft lopen, dan word je 100. Hoe zeg ik eigenlijk dat ik 101 ben plus een paar maanden? Ik word dit jaar 102? Dat is een goede. Zo ga ik het voortaan zeggen. Ik word dit jaar 102. Zo is het.  Ik hoop dat ik rustig dood ga, zonder pijn. Nu heb ik wel genoeg verteld. Heb ik het goed gedaan?’

Tekst: Yvonne Witter