Van wie zijn de hulpbronnen ?

Van wie zijn de hulpbronnen ?

Van wie zij de hulpbronnen?

“Terugtrekken uit Afrika is voor China geen optie”, lees ik in een artikel uit 2012 over de toestanden in de door Chinezen gedreven kopermijn in Zambia. “Het grondstoffen potentieel in Afrika is daarvoor te groot.”

In een ander artikel uit 2015 verzucht een werknemer van de kopermijnen: “Onze grondstoffen zijn van alle Zambianen. De inkomsten eruit zouden moeten leiden tot goede scholen, gratis medicijnen en gedegen ziekenhuizen. Maar er bestaat niks van dit alles.” Een collega voegt daar nog aan toe: “Zie je die weg? Vol gaten, zoals alle wegen hier. Ook hebben we geen rioleringssysteem. Klinkt dat als een stad die profiteert van haar mijnen?”

Eigendom

Hoor ik hier een beetje de Groningse situatie in doorklinken. Oké, in principe profiteren wij allemaal van het Groningse gas. Bij vrijwel alle Nederlandse huishoudens en bedrijven stroomt het Groningse gas door de leidingen, maar het zijn vooral de Groningers die opdraaien voor de lasten. Het is niet zo dat zij extra van de gasinkomsten profiteren. Je kunt je afvragen of je kunt spreken van het recht op het profijt van winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen. Want, van wie zijn die grondstoffen, die van natuur in de aarde voorkomen, eigenlijk. Kun je die claimen?

Ongelijkheid

Veel bedrijven denken van wel. Maar is het eigenlijk niet heel gek dat, vaak buitenlandse, bedrijven grondstoffen kunnen claimen als hun eigendom? Dan is er toch sprake van grote ongelijkheid. Paus Franciscus vestigt in Laudato Si’ hier ook de aandacht op. Deze ongelijkheid verplicht tot nadenken over een ethiek van internationale verhoudingen. De bodem van het Zuiden is rijk en weinig vervuild, zegt hij, maar de toegang tot het eigendom van de goederen en de hulpbronnen om te voldoen aan de eigen levensbehoefte wordt hun verboden door een structureel pervers systeem op het gebied van handel en eigendom.

Corruptie

Toch verklaart dit nog niet helemaal waarom de lokale bevolking of de stad niet meeprofiteert van de export van koper. Want het is niet zo dat al het kopergeld naar het buitenland verdwijnt. De Zambiaanse staat heeft een wettelijk belang van 20% in de mijnen. Volgens de werknemers van de mijnen wordt dit echter niet besteed aan de algemene ontwikkeling, maar verrijken de politici zich vooral zelf. Dit probleem wordt ook in Laudato Si’ aangekaart. Paus Franciscus vraagt arme landen niet alleen, maar wel terecht, met het vingertje naar het rijke Noorden te wijzen, maar ook naar zichzelf te kijken. Hij vraagt hun de corruptie te lijf te gaan, prioriteit te stellen aan het uitroeien van de ellende en het bevorderen van de sociale ontwikkeling van hun inwoners.

Meer geven dan nemen

Maar dat kunnen de arme landen niet alleen. Het is aan het rijke Westen om ethisch het goede te doen. In het verleden hebben we voornamelijk veel gehaald uit de Zuidelijke landen, weinig gebracht en lokaal vaak vervuiling en verwoesting achtergelaten. Vanuit solidariteit met alle volken is het nu tijd daar verandering in te brengen. Hoe, dat weet ik ook niet precies. Ik zal eerlijk zeggen dat dat te groot is voor mij. Maar dat we meer moeten en kunnen geven dan nemen is voor mij wel duidelijk.

Marjolein Tiemens-Hulscher.