Geschiedenis Stichting Bisschoppelijke Vastenaktie

De Stichting Bisschoppelijke Vastenaktie was een initiatief van het Nederlands episcopaat onder leiding van kardinaal Alfrink in 1961, in navolging van buitenlandse voorbeelden, zoals de Duitse Miserior-actie.

De Vastenactie kwam niet in de plaats van bestaande missieactiviteiten, maar was een extra geldinzameling voor het lenigen van acute noden in bisdommen in ontwikkelingslanden. Nog belangrijker was het stimuleren van een geest van onthechting en offervaardigheid in een tijd met steeds meer welvaart en stijgende bewapeningsuitgaven. Na het wegvallen van de precieze vastenvoorschriften wilden de bisschoppen leiding geven aan een nieuwe, meer concrete invulling van de geest van inkeer, versobering en naastenliefde. De bedoeling was pastoraal, de opbrengst een gevolg daarvan, maar niet het eerste doel. Het moest geen ‘schooi-actie’ worden zoals Mgr. Bekkers het uitdrukte.

De uitvoering van de actie werd gelegd in de handen van de parochies. Werkgroepen verspreidden de vastenzakjes. Het bestuur van de Vastenactie selecteerde ieder jaar de ontvangen projectaanvragen. Vooral kleine, afgeronde projecten werden gesteund. Iedere vastenperiode werd onderverdeeld, met achtereenvolgens aandacht voor thema's als de positie van de man, de vrouw, het kind, zieken, bejaarden of in een ander jaar zieken, armen, jeugd. De thema's werden concreet door uitgebreide aandacht in de media en de parochies voor de gekozen projecten.

Enkele voorbeelden uit 1964 zijn: hulp aan vluchtelingen uit China, een nieuwe zender voor ‘Radio Ecclesia' in Angola, een ‘Open deur' voor ‘Muzelmannen' in Libanon, een boot voor verbindingen tussen kleine eilanden in Indonesië, een vormingshuis voor lekenapostelen in de achterbuurten van Rio de Janeiro, startkapitaal voor een streekblad in Uruguay en voor een bedrijf van jutevezel in Mozambique. Allemaal projecten waarin apostolaire en sociaal-maatschappelijke betekenis samengingen. De opbrengst was in de eerste vijf jaar al bijna 17 miljoen gulden.

Cidse, 1965

Vanaf 1965 gingen uiteindelijk 14 nationale vastenacties samenwerken in het internationale overkoepelend orgaan CIDSE, Internationale werkgroep voor sociaaleconomische ontwikkeling. Secretaris-generaal was de Belg August Vannistendael. In CIDSE werden de opbrengsten niet samengevoegd, maar wel in gezamenlijk overleg besteed. CIDSE had in deze jaren jaarlijks een bedrag van fl. 225 miljoen te verdelen. In 1971 werd bijvoorbeeld tien miljoen gulden gegeven voor de nood als gevolg van het conflict om Biafra.

De internationale vastenacties hadden een open oog voor sociaal en politiek onrecht in bijvoorbeeld Zuid-Amerika en de Filippijnen en steunden het verzet daartegen. In de praktijk bleef CIDSE gewoon doorwerken en werd uitgebreid met vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden.

Roermond, 1978

In Nederland ontstond in 1978, toen Mgr. Gijsen bisschop van Roermond was, een verschil van inzicht over de samenwerking of het gebrek daaraan van het diocesane Missiebureau met de landelijke Vastenactie. Het leidde ook tot verdeeldheid onder de Limburgse parochies en dekenaten over de bestemming van de opbrengst van de vastenactie. Op initiatief van kardinaal Willebrands kwamen er bemiddelingspogingen, maar voorlopig hield het bisdom Roermond een eigen vastenactie. Sinds 2012 werken Roermond en de Vastenactie constructief samen op basis van een convenant.

Bilance (fusie van Vastenaktie en Cebemo), 1995

Op 1 januari 1995 fuseerden de ontwikkelingsorganisaties Vastenaktie en Cebemo. Doel van de fusie was een krachtenbundeling en vergroting van de doelmatigheid en efficiency, alsmede kostenbesparing. Beide organisaties hadden tot doel het steunen van structurele ontwikkelingsprojecten in het Zuiden van de wereld (plus Midden- en Oost-Europa). Medefinancieringsorganisatie Cebemo ontving gelden van de Nederlandse overheid i.c. van het budget Ontwikkelingssamenwerking; jaarlijks rond de 170 miljoen gulden. Vastenaktie kreeg haar inkomsten van particulieren via de jaarlijkse Vastenaktie-campagne (15 miljoen gulden). Meer dan Cebemo kende Vastenaktie een traditie van voorlichting en informatievoorziening met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking.

Bilance besteedde jaarlijks ongeveer 170 miljoen gulden aan duizend projecten in de Derde Wereld en Oost-Europa. Deze activiteiten gaan gepaard met bewustwording en voorlichting in eigen land.

De nieuwe naam wilde zowel evenwicht als wederkerigheid uitdrukken. Bilance, als variatie op het woord balans (evenwicht) en bi-, benadrukt dat er sprake is van twee, kortom wederkerigheid. Het wilde staan voor meer evenwicht in de wereld: tussen Noord en Zuid, tussen mens en milieu en tussen vrouw en man. Omdat de naam Bilance nog zeer nieuw was en geen grote bekendheid genoot, is na enige tijd besloten deze naam te laten vervallen.

Krachtenbundeling in Cordaid, 1995

Cordaid ontstond eind 1999 uit een fusie van twee katholieke ontwikkelingsorganisaties: Memisa Medicus Mundi (1925) en Mensen in Nood (1914), en tegelijkertijd werd een intensieve samenwerking aangegaan met Bilance (de fusie-organisatie van Vastenaktie en Cebemo). De Vastenaktie was dus medeoprichter van Cordaid. De nieuwe fusie-organisatie kreeg de overkoepelende naam Cordaid: Catholic Organisation for Relief en Development. Bijzonder aan Cordaid zijn met name twee aspecten: In Cordaid komen structurele ontwikkelingssamenwerking, noodhulp en gezondheidszorg samen. Het tweede bijzondere aspect is dat het zogenaamde 'merken-portfolio-beleid' gehanteerd wordt. Dit houdt in dat de namen Memisa, Mensen in Nood en Vastenaktie, die een grote naamsbekendheid hebben bij het publiek, bleven bestaan voor de campagnes en acties in Nederland (in 1999 werd onder deze drie namen in totaal 80 miljoen gulden ingezameld).

Het Bilance Service Fonds, 1998

Bilance richte in 1998, in samenwerking met Stichting Interservice Nederland (SIN) het Bilance Service Fonds op, om kleinschalige initiatieven van serviceclubs te ondersteunen en stimuleren. Bij goedgekeurde aanvragen van serviceclubs werden de door de club opgebrachte gelden tot een maximaal bedrag van 50.000 gulden verdubbeld door het Fonds. Op deze manier konden kleinschalige projecten die anders door geldgebrek buiten de boot zouden vallen, toch nog een kans krijgen om hun doelen te bereiken. Het Bilance Service Fonds was bij de serviceclubs zeer bekend, getuige het feit dat alleen al in 1999 108 serviceclubs een beroep deden op het Service Fonds (indertijd uitgevoerd door Cordaid).

Weer zelfstandig verder, 2012

Eind 2011 zijn de Nederlandse bisschoppen en Cordaid overeengekomen dat de Vastenaktie vanaf 2012 uit het samenwerkingsverband met Cordaid zou stappen om weer zelfstandig verder gaan. De stichting Bisschoppelijke Vastenaktie Nederland is vanaf dat moment de presentatie en begeleiding van de Vastenactie campagne weer zelf gaan verzorgen. In de nieuwe opzet kunnen ook parochies hun eigen projecten aanmelden voor subsidie.

Archief

Het archief van de Vastenaktie tot 2000 is gedeponeerd bij het KDC.