‘Households in distress’-programma in Zambia

‘Households in distress’-programma in Zambia

Projectpartner

Het Vastenactie campagneproject 2018 wordt uitgevoerd door de Zusters van het Heilig Hart van Jezus en Maria. Zij zijn sinds 1962 in de Mbala-regio in Zambia actief op verzoek van de toenmalige overheid en van de bisschop van het Mbala-Mpika-bisdom. Vanuit hun missie hebben zij zich ingezet op het gebied van onderwijs en ziekenzorg, waaronder voor geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte kinderen. Zij hebben bijvoorbeeld een ziekenhuis gebouwd in de regio (ism het bisdom) en dat jarenlang gerund.

De Sisters of the Sacred Hearts of Jesus and Mary zijn in 1903 in Groot-Brittannië gesticht; de oorsprong van de congregatie ligt in Frankrijk. De Franse priester Victor Braun (1825-1882, de naamgever van de school in Zambia bij ons project) trok van Metz naar Parijs om daar te werken onder de allerarmsten tijdens de Industriële Revolutie. Hij stichtte voor dat werk de zustercongregatie Soeurs Servantes du Sacré Coeur en later in Wenen ook de Dienerinnen des heiligsten Herzens Jesu.

Van de Soeurs Servantes du Sacré is in 1870 een aantal zusters Frankrijk ontvlucht, uit angst voor antikatholieke maatregelen. Deze zusters en hun opvolgsters in Groot-Brittannië hebben in 1903 hun Engelse tak verzelfstandigd in de congregatie Sisters of the Sacred Hearts of Jesus and Mary. Tegenwoordig werken de drie op Victor Braun terug te voeren congregaties samen in de Federation of the Sacred Heart.

De missie van de zusters in Zambia

Sinds de HIV- en aidspandemie hebben de zusters in Zambia hun werkzaamheden verschoven. Het ziekenhuis is overgenomen door de overheid en de zusters hebben het Households In Distress (HID)-programma opgezet in 1991. Het doel van het HID-programma is om de impact van HIV/aids te verminderen via voorlichting en goede gezondheidszorg en door mensen te helpen in hun eigen levensonderhoud te voorzien. De zusters zijn de enige grote religieuze hulporganisatie in deze regio die op het gebied van HIV en aids werkt.

Binnen het HID-programma vallen: hulp aan weeskinderen en kwetsbare kinderen; opleiding en opvang van gehandicapte kinderen en volwassenen; armoedebestrijdingsprogramma’s en bewustwordingsprogramma’s. Concrete voorbeelden hiervan:

  • de ‘literacygroepen’: vrijwilligers geven lees-, schrijf- en rekenles aan volwassenen én aan steeds meer kinderen;
  • de lotgenotengroepen voor mensen met HIV/aids (‘home based care’): ze komen regelmatig bij elkaar om bijvoorbeeld het belang van medicijnen te bespreken, hoe je ze inneemt. Ook stigmatisering komt aan de orde en hoe de mensen hiermee omgaan. Ze helpen elkaar de ziekte te accepteren.
  • Vrijwilligers – ‘buddysysteem’ (‘home based care’): vrijwilligers gaan een paar keer per week langs bij mensen die te ziek zijn om naar de lotgenotengroepen te komen. Huisjes worden beetje opgeruimd, schoongemaakt, mensen worden gewassen, er wordt pap gemaakt… Als het nodig is, wordt de maïspap vanuit het project verstrekt.
  • Distributie van medicijnen.
  • Sunsuntila: het weeshuis. Dit is dagopvang voor kinderen die één of twee ouders hebben verloren. De kinderen worden altijd bij eigen familie ondergebracht. In Sunsuntila krijgen ze twee maaltijden per dag (ontbijt en lunch) en wordt hun schoolgeld betaald. De kinderen krijgen na hun reguliere school eventueel bijles of huiswerkbegeleiding. Ze kunnen hier ook spelen. De oudere kinderen helpen mee met het onderhoud van het terrein.
  • Victor Braun School for children with special needs: school voor geestelijk en/of lichamelijk gehandicapte kinderen. In de traditionele gemeenschappen op het platteland worden deze kinderen vaak opgesloten en verborgen. Mensen denken dat ze behekst zijn of bezeten door een boze geest.
  • Workshops: mensen kiezen zelf hoe ze hun geld willen gaan verdienen, bijvoorbeeld als boer of door een visvijver aan te leggen of door spullen te verkopen als parafine, bezems en houtskool. Ze krijgen een training die is toegespitst op hun keuze en worden op weg geholpen met spullen (een eerste voorraad parafine bijvoorbeeld) en/of een startkapitaaltje. De begeleiding duurt drie jaar, waarbij de hulp en begeleiding het eerste jaar intensief is en dan steeds verder wordt afgebouwd tot mensen zelfstandig voor hun inkomen kunnen zorgen.
  • ‘Noodhulp’: mensen die in diepe problemen zitten, krijgen hulp in de vorm van wat geld om eten te kopen, dekens en matrassen, zeep, tandpasta, maïspap en dergelijke. Ook medische ingrepen worden soms geregeld en betaald door de zusters.

Ons campagneproject

Ons campagneproject richt zich op 300 hiv-positieve mannen en vrouwen die weduwe/weduwnaar of alleenstaande (pleeg)ouder zijn, die een laag inkomen hebben - tussen de 0 en 6 euro per week – en die gemiddeld zo’n zes tot acht personen in hun huishouden tellen.

Het doel van dit project is om de onafhankelijkheid van deze mensen (100 per jaar, drie jaar lang) te vergroten door ze te trainen op ondernemerschap en manieren om in hun levensonderhoud te voorzien. Het project zal ze bijvoorbeeld leren hoe ze hun eigen onderneming kunnen starten en uitbreiden, ze een startkapitaal bieden of een starterspakket om een landbouwbedrijfje op te zetten.

Na drie jaar hebben de deelnemers aan het programma voldoende inkomen om goed voor hun familie te zorgen. In totaal zullen met dit project 15,700 mensen in de Mbala-regio in Zambia bereikt worden, waarvan 12,600 indirect.

Project voor de scholencampagne

Het project voor de scholenactie van Vastenactie 2018 bestaat uit twee onderdelen: (1) een dagopvang voor wees- en kwetsbare kinderen en (2) een school/dagopvang voor (meervoudig) gehandicapte kinderen.

Sunsuntila: Opvang voor wees- en kwetsbare kinderen
Het ‘Sunsuntila dagopvangcentrum’ is een onderdeel van het HID-programma. Het is bestemd voor kinderen waarvan de ouders ernstig ziek zijn of zijn overleden. Voor veel kinderen is dit een veilige plek waar ze twee maaltijden per dag krijgen, hun schoolgeld wordt betaald en ze krijgen als nodig bijles en huiswerkbegeleiding. Sunsuntila is gevestigd op het terrein van de zusters in Mbala, waar de zusters zelf ook wonen en waar de kantoren zijn.

Er is een gezegde dat zegt: ‘in Afrika bestaan er geen weeskinderen’. Hiermee wordt bedoeld dat alle kinderen waarvan de ouders zijn overleden, automatisch door familieleden of dorpsgenoten worden opgevangen. De gemeenschap is hier samen verantwoordelijk voor. De kinderen die naar deze opvang gaan, wonen dan ook veelal bij hun grootouders, tante/oom, of bij dorpsgenoten.

Dagindeling
De kinderen wonen bij hun eigen familie. Ze komen ’s morgens eerst naar Sunsuntila – hier krijgen ze ontbijt. Dan gaan ze naar school – het schoolgeld wordt vanuit het project voor hen betaald. Als de school uit is, lopen de kinderen naar huis om zich te verkleden (schooluniform gaat uit) en lopen ze weer naar Sunsuntila voor de lunch. Na de lunch is er tijd voor aanvullende lesjes of hulp bij het huiswerk. Daarna spelen op de grote speelplaats, eventueel helpen bij klusjes op het terrein (vegen, onkruid wieden) en weer naar huis.

Victor Braun school voor gehandicapte kinderen
Het tweede onderdeel van het scholenproject is een opvang en school voor (meervoudig) gehandicapte kinderen. Kinderen met handicaps werden verstopt in de huizen (hutjes) omdat hier een taboe op rust – mensen denken dat zij of het kind zelf vervloekt zijn en durven de kinderen daarom niet aan de buitenwereld te tonen. De zusters zijn daarom ook begonnen met het ‘Victor Braun Home Based Education Centre’ in Mbala als opvolging op de huisbezoeken die de zusters al in de jaren daarvoor uitvoerden. Het doel van dit centrum is om de stigma’s rondom handicaps te verminderen, om passend onderwijs te bieden, om mensen met een handicap mee te laten doen in de samenleving, om het aantal gehandicapten dat op straat bedelt te verkleinen en om mensen met handicaps de basisvaardigheden bij te brengen waarmee zij zelf kunnen overleven en eventueel zelfs voor zichzelf zouden kunnen zorgen. Er worden op dit moment 49 kinderen opgevangen.

Context van de projecten 

Armoede
Mbala is een van de drie armste provincies van Zambia. Het gemiddelde huishouden heeft een inkomen van 0 tot 6,90 euro per week. Daarmee is het vrijwel onmogelijk om in alle basisbehoeften van een gezin te voorzien, zoals voldoende voedsel, schoolgeld en kleding.

Aids
Jaarlijks krijgen in heel Zambia 44.000 mensen te horen dat zij zijn besmet met het aidsvirus. In de Mbala-regio is ongeveer 7,4% van de lokale bevolking besmet met het HIV-virus, voornamelijk vrouwen. Dat zijn ongeveer 8800 mensen. Veel van hen zijn daardoor te ziek en te zwak om voor voldoende inkomen te zorgen voor hun gezin. Er heerst vooral bij mannen nog een groot taboe op HIV/aids en ze wachten vaak lang met testen. Medicijnen en aidstests worden weliswaar gratis vertrekt door de overheid, maar de distributie gaat via ziekenhuizen en medische posten. Voor veel mensen zijn die te ver lopen; geld voor de bus hebben ze niet.

Vooral in de generatie die seksueel actief is, heeft aids een groot gat geslagen. Daardoor zijn veel grootouders nu genoodzaakt voor hun kleinkinderen te zorgen. 78% van alle weeskinderen in Zambia heeft de ouders aan aids verloren; slechts 13% van deze weeskinderen en kwetsbare kinderen ontvangt (voldoende) hulp.

Dankzij goede voorlichting vanuit de overheid (en de zusters) en het verstrekken van medicijnen, lijkt de besmettingsgraad de laatste jaren langzaam af te nemen. Ook het aantal kinderen dat via de moeder wordt besmet, neemt af. Een groot probleem vormen echter de tiener-/kindzwangerschappen: veel HIV-positieve mannen geloven dat seks met een maagd hen zal genezen. Er worden veel jonge meisjes om deze reden verkracht. Daarnaast vinden veel mannen dat ze recht hebben op meer vrouwen. Polygamie komt nog veel voor, maar ook buitenechtelijke relaties. Dat vergroot de kans op verspreiding van virus fors. Zoals een van de seropositieve mannen zei die we spraken: ‘Het is hier in het dorp heel erg eenvoudig om besmet te raken.’

Traditie
De gemeenschappen in de regio zijn nog zeer traditioneel: polygamie komt nog veel voor (volgens de zusters voor mannen statusverhogend én een garantie voor goedkope arbeidskrachten) en veel mensen geloven in geesten, heksen en voorouders. Ter illustratie: de week voordat wij arriveerden in Mbala, stond het stadje op zijn kop omdat er een reusachtige slang met luipaardpoten uit het meer was gekropen. De mensen die het zagen gebeuren, zagen hoe de slang in een kind veranderde toen hij op het land was gekropen. Ze namen het kind mee naar het politiebureau, waar het vervolgens in rook opging. De mensen zijn in paniek weggerend. Dit voorval haalde de lokale krant en was het gesprek van de dag.

Er is ook veel ongeletterdheid: hoewel het schoolgeld laag is (1500 kwa, ongeveer 13 euro per jaar) is het voor veel mensen toch te veel, zeker in combinatie met de aanschaf van een schooluniform en schriften en dergelijke. Als er een beetje geld is, worden eerst de jongens naar school gestuurd – voor meisjes wordt het minder belangrijk geacht. Een ruwe schatting van de zusters: meer dan de helft van de vrouwen in het gebied kan niet of nauwelijks lezen en schrijven. De meisjes trouwen vaak als ze nog heel jong zijn of raken al jong zwanger. Ze gaan dan sowieso niet meer naar school.