Korter onder de douche? Of minder vlees?

Korter onder de douche? Of minder vlees?

In Johannes 4 ontmoet Jezus rond het middaguur bij een bron een Samaritaanse vrouw die daar komt om water te putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ De vrouw is stomverbaasd: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’

Jezus zegt dan tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ vervolgt Jezus even later, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’  ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’

Dit verhaal uit Johannes 4 is een bijzonder verhaal. Er gebeurt van alles wat ‘niet past’ in het gewone leven, de dagelijkse gang van zaken in die tijd. Een Samaritaanse vrouw wordt aangesproken door een Joodse man. Jezus begint zelfs een gesprek met haar. Ondenkbaar in die tijd. Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Dan zegt Jezus dat Hij levend water geeft, zodat je geen dorst meer zult hebben. De vrouw begrijpt wat Hij bedoelt en vraagt om dit water. Ook dit vind ik bijzonder.

Kilometers lopen voor water

In dit artikel gaat het mij echter om het fysieke water. De vrouw moet een eind lopen van huis naar de put om water te halen. Het water in de put is haar levensbron en die van de hele stad. En het is niet zomaar een put, maar een put gegeven door hun voorvader Jakob. Generatie op generatie put uit deze bron. De bewoners in de stad zijn afhankelijk van deze bron.

In ontwikkelingslanden is voor veel vrouwen het halen van water in kruiken bij de put nog steeds een dagelijkse bezigheid. Soms moeten ze er kilometers voor lopen. Dat maakt natuurlijk wel dat ze zuinig omspringen met water.

Hoe anders is dat bij ons! Wij draaien de kraan open, gewoon thuis, en het stroomt in overvloed. We denken er vaak niet bij na hoeveel water we gebruiken en waarvoor allemaal. Toch zouden we dat wat vaker moeten doen, want water wordt schaars. Het is haast niet voor te stellen, omdat er zoveel water is op aarde. Hiervan is echter slechts één procent bruikbaar als drinkwater of water voor de landbouw. Het meeste water is zout oceaanwater of ijs.

Een kostbaar goed

Nederlanders gebruiken gemiddeld 2300 m3 per jaar (WNF rapport ‘Water – een kostbaar goed’ uit 2010). Nu denkt u misschien: wij niet. Onze watermeter geeft toch heel wat minder aan, maar wist u dat het directe watergebruik thuis, uit de kraan, slechts 2% vormt van ons werkelijke watergebruik? Het meeste water is voor ons onzichtbaar water. Water dat wordt gebruikt in de industrie en landbouw. Nederland importeert veel onzichtbaar water (ook wel indirect water genoemd) uit het buitenland. Ook uit landen waar water schaars is. Dan moet je denken aan import van koffie, thee, veevoer, katoen, plantaardige olie, fruit, noten, wijn enzovoort.

Wat we eten, heeft veel meer invloed op ons watergebruik dan het directe water dat we gebruiken om te douchen en onze tanden te poetsen. Wist u dat er 15.500 liter water nodig is voor 1 kilo rundvlees? En 3900 liter water voor een kilo kip, 1300 liter voor een kilo tarwe en 3400 liter voor een kilo rijst? Door ons menu te veranderen, door bijvoorbeeld minder vlees te eten, besparen we veel meer water dan als we korter douchen. Waarmee ik niet wil zeggen dat dit een vrijbrief is om lekker lang onder de douche te staan.

Solidariteit

De verwachting is dat ‘bruikbaar’ water, onder andere door klimaatverandering, steeds schaarser zal worden. Alleen al uit solidariteit met al die mensen, vaak vrouwen en kinderen, die eindeloos moeten lopen voor hun drinkwater, zouden wij hier ons voedingspatroon en leefstijl kunnen veranderen, zodat we niet alleen minder direct water gebruiken, maar ook minder water importeren via ons voedsel en kleding. Het gaat gewoon om eerlijk delen.

Marjolein Tiemens