Water, een eerste levensbehoefte

Water, een eerste levensbehoefte

Water is een eerste levensbehoefte voor alles wat leeft op Aarde; voor planten en dieren en dus ook voor ons mensen. Water is letterlijk een levensbron. Zonder water geen leven. Water is dus een kostbaar goed!

Het eerste scheppingsverhaal (Genesis 1,1-9) vertelt dat God eerst de voorwaarden voor leven schiep en daarna het leven zelf. In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte, en de geest van God zweefde over de wateren (Gen.1,1-2). Nu ik deze tekst nog eens goed lees, vraag ik me af: “Heeft God ook het water geschapen? Of was dat er al en heeft God het water in goede banen geleid, zoals Genesis 9 misschien wel suggereert?

Rijkdom

Duidelijk is dat water, maar ook licht (“Er moet licht zijn!”) nodig is voor leven. Wie de afleveringen van de documentaire Earth Flight heeft gezien, heeft kunnen zien dat de enorme wetlands van levensbelang zijn voor onder andere trek-vogels. Daar komen ze op krachten om aan het volgende deel van hun trek te beginnen. Wetlands, zoals moerassen, meren, rivieren, mangrovebossen, maar ook gebieden als de Biesbosch, de Oostvaardersplassen en de Waddenzee, bieden leven aan een enorme rijkdom aan dier- en plantensoorten. Deze waterrijke gebieden vormen ecosystemen met een onschatbare waarde aan biodiversiteit. Alleen daarom al zijn ze het beschermen waard. De film ‘De nieuwe wildernis’ laat mooi zien hoe al het leven in het natte ecosysteem van de Oostvaardersplassen met elkaar verweven is.

Van levensbelang

Met name de zoetwater gebieden zijn ook van levensbelang voor de mens. Ze leveren voedsel (onder andere vis), drinkwater en water voor onze gewassen, vee en industrie. Ze fungeren ook vaak als buffer. Bij regenval nemen ze water op, dat in een drogere periode weer gebruikt kan worden. Bovendien spelen wetlands een grote rol in het klimaat. Ze temperen de temperatuur en windsnelheden tijdens tyfoons.

Als er teveel water aan een ecosysteem wordt onttrokken, dat wil zeggen meer dan er wordt aangevoerd, verdrogen de gebieden. Dit kan desastreuze gevolgen hebben. Een extreem voorbeeld hebben we kunnen zien bij het Aral meer. Er werd voor de productie van katoen zoveel water aan de rivieren onttrokken die uitkomen in het Aralmeer, dat het steeds kleiner werd, tot uiteindelijk slechts tien procent van de oorspronkelijke grootte. De omgeving veranderde in een woestijn en de lokale bevolking verloor haar bron van leven.

Water wordt ons door de natuur gegeven. Het is een kostbaar, maar ook schaars goed. Daarover meer in de volgende aflevering.

Marjolein Tiemens