Maandag 9 maart, maandag in de derde week van de Veertigdagentijd

Gebed

Zie je deze toeter?
Hoor je mijn stem,
Die erdoor heen schalt,
Over het droge zand
Van de woestijn?

Ik roep en roep
Mijn volle hart
Deelt zich uit
In de korrels
In de cactussen
De kromgebogen bomen
Onder de droge lucht

Tot jij daar staat
En mij hoort

En in-ademt
En zucht.

Lezing van de dag, Lucas 4, 24-30

Maar luister goed naar mijn woorden: Een profeet is nooit welkom in zijn eigen stad.’ Jezus legde dat uit met twee voorbeelden. Hij zei: ‘Luister goed! In de tijd van de profeet Elia waren er veel weduwen in Israël. Het had drieënhalf jaar niet geregend en er was hongersnood in het hele land. Toch ging Elia niet naar een weduwe in Israël. In plaats daarvan stuurde God hem naar een weduwe buiten Israël. Ze woonde in Sarepta, een dorp bij de stad Sidon. En toen Elisa profeet was, waren er in Israël veel mensen met een huidziekte. Toch maakte Elisa hen niet beter. Maar Naäman uit Syrië maakte hij wel beter.’ Toen de mensen in de synagoge de woorden van Jezus hoorden, werden ze kwaad. Ze jaagden Jezus de stad uit. En ze brachten hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was. Ze wilden hem naar beneden gooien. Maar Jezus liep tussen alle mensen door en ging weg. 

Terug naar boven

Dinsdag 10 maart , dinsdag in de derde week van de Veertigdagentijd

Gebed

Een kans is als een heel jong kind
Zoals het springt
En zingt
En zonder al de weg te weten
Onstuitbaar wandelt
En niet verdwaalt

Wie is het die dat kind bedwingt
Wie houdt het tegen
Stopt de vooruitgang
En het leven?

Zie dat handje
Klein en zacht
Dat op de jouwe wacht

Aarzel niet
Zing gewoon
En spring

Lezing van de dag, Matteüs 18, 21-35

Petrus kwam bij Jezus en zei: ‘Heer, als een andere gelovige mij slecht behandelt, dan moet ik hem vergeven. Maar hoe vaak? Wel zeven keer?’ Jezus zei: ‘Nee, niet zeven keer, maar zeventig maal zeven keer. Luister, ik zal een voorbeeld geven over Gods nieuwe wereld. Een koning wil dat zijn dienaren al hun schulden aan hem terugbetalen. Eén voor één laat hij de dienaren bij zich komen. Er wordt ook een man bij de koning gebracht die hem vele miljoenen schuldig is. De man kan niets terugbetalen. De koning zegt: ‘Verkoop die man, samen met zijn vrouw, zijn kinderen en al zijn bezittingen. Dan krijg ik nog iets terug.’ Maar de dienaar knielt voor de koning. Diep gebogen blijft hij liggen en zegt: ‘Heb alstublieft geduld met mij. Ik zal u later alles terugbetalen.’ De koning krijgt medelijden met de man. Hij zegt: ‘Ik laat je gaan. Je hoeft dat geld niet meer terug te betalen.’ Als de man naar buiten gaat, ziet hij een andere dienaar van de koning. Die ander is hem nog een paar duizend schuldig. Hij grijpt hem bij zijn keel en zegt: ‘Nu betalen!’ De andere dienaar knielt voor hem en zegt: ‘Heb alsjeblieft geduld met mij. Ik zal je later terugbetalen.’ Maar de man zegt: ‘Geen sprake van.’ En hij laat de ander opsluiten in de gevangenis, totdat die zijn schuld terugbetaald heeft. Andere dienaren van de koning hebben gezien wat er gebeurd is. Ze zijn erg verdrietig. Ze vertellen alles aan de koning. Dan roept de koning die man weer bij zich en zegt: ‘Jij bent een slechte dienaar! Je vroeg mij om geduld met je te hebben. En ik zei dat je het geld niet terug hoefde te betalen. Ik had medelijden met jou. En jij had ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar.’ De koning is woedend. Hij laat de man meenemen door de bewakers van de gevangenis. Die zullen hem pijn laten lijden, totdat hij zijn schuld heeft terugbetaald.’ Jezus zei: ‘Zo is het ook met mijn hemelse Vader. Hij wil dat je de andere gelovigen van harte vergeeft. Anders zal hij je straffen.’ 

Terug naar boven

Woensdag 11 maart , woensdag in de derde week van de Veertigdagentijd

Gebed

Wat heb je aan een letter
Als je er geen woord mee maakt
Dat ergens onderweg
Een mensenleven raakt

Wat heb je aan de wet
Als je die alleen maar leest?

De wet is koud als steen
Roerloos, dood
Ze brengt je nergens
Als er niet dwars doorheen
Het leven loopt

Lezing van de dag, Matteüs 5, 17 –19

Jezus zei: ‘Jullie moeten goed weten met welk doel ik gekomen ben. Ik ben niet gekomen om de wet van Mozes of de andere heilige boeken weg te doen. Ik ben juist gekomen om hun echte betekenis te laten zien. Luister goed naar mijn woorden: Zo lang als de hemel en de aarde bestaan, zal er geen punt of komma uit de wet verdwijnen. De wet zal altijd blijven bestaan, totdat alles gebeurd is wat er gebeuren moet. Stel dat iemand het kleinste regeltje van de wet afschaft, en dat hij anderen leert om dat ook te doen. Dan zal hij op de laatste plaats komen in Gods nieuwe wereld. Maar stel dat iemand zich aan de hele wet houdt, en dat hij anderen leert om dat ook te doen. Dan zal hij op de eerste plaats komen in Gods nieuwe wereld. 

Terug naar boven

Donderdag 12 maart , donderdag in de derde week van de Veertigdagentijd  

Gebed

Als dunne lakens
Waaien de dagen
Om je heen

Dat wil zeggen
De lakens zijn dun
En het waait vaak
En er valt niets recht te trekken

Spreid je armen, neem het doek op
Hou het in de lucht en tover
Zie - het wappert in de Ademwind
Een witte vlag

Toe, geef je over

Lezing van de dag, Lucas 11, 14-23

Jezus jaagde een kwade geest weg uit een man die niet kon praten. Toen de geest weg was, kon de man praten. De mensen waren verbaasd. Maar sommigen zeiden: ‘Jezus kan kwade geesten wegjagen omdat Satan hem helpt. Want Satan is de leider van de kwade geesten.’ En anderen zeiden tegen Jezus: ‘Bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent.’ Ze wilden laten zien dat Jezus dat niet kon. Jezus wist wat de mensen dachten. Hij zei: ‘Een land dat oorlog voert tegen zichzelf, wordt leeg en verlaten. Daar storten alle huizen in. Met Satan is het net zo. Want als ik kwade geesten wegjaag met hulp van Satan, dan vecht Satan tegen zichzelf. En dan vernietigt hij zijn eigen macht. Jullie beweren dat ik kwade geesten wegjaag met hulp van Satan. Maar jullie eigen mensen jagen ook kwade geesten weg. Dat doen ze toch ook niet met hulp van Satan? Zij zijn dus het bewijs dat jullie ongelijk hebben. Ik jaag de kwade geesten weg met de macht van God. Daaraan kunnen jullie zien dat Gods nieuwe wereld gekomen is. Het huis van een sterke, gewapende man kun je niet zomaar leegroven. De man bewaakt zijn huis goed, zijn bezittingen zijn veilig. Totdat er iemand komt die nog sterker is dan die man, en hem verslaat. Dan verliest die man alles. Al zijn spullen worden meegenomen, ook de wapens waarop hij vertrouwde. Iedereen die niet voor mij kiest, is mijn vijand. Als je mij niet helpt, dan help je Satan. Ik breng mensen bij God, maar Satan houdt mensen juist bij God weg.’

Terug naar boven

Vrijdag 13 maart , vrijdag in de derde week van de Veertigdagentijd  

Gebed

Ik liep door straten zonder naam 
Langs wegen zonder rand 
Op weg naar… geen idee 
Op zoek naar vaderland 

Ik zocht naar tekens onderweg 
Geritsel in een tak misschien 
Naar lichte wezens in de nacht 
Of beelden in de dag nadien 

Ik geloof dat het de bliksem was 
Die mij stilzette 
Met een klap 
Het was dàt, 
Of die zachte hand 
Die de mijne nam 

Mij naar de rand bracht 
Van dat leven 
Waar ik ongeweten 
Al die tijd 
Op had gewacht

Lezing van de dag, Marcus, 12, 28b-34

Toen kwam er een wetsleraar bij Jezus. Hij had de discussie met de sadduceeën gehoord. Hij vond dat Jezus hun heel goed geantwoord had. Nu stelde hij een vraag. Hij zei: ‘Wat is de belangrijkste regel in de wet?’ Jezus antwoordde: ‘Dit is de belangrijkste regel: «Luister goed, Israëlieten! De Heer, onze God, is de enige God. Je moet van hem houden met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht.» Daarna komt deze regel: «Van de mensen om je heen moet je evenveel houden als van jezelf.» Dat zijn de twee belangrijkste regels.’ De wetsleraar zei: ‘Inderdaad, meester, u hebt gelijk. Alleen de Heer is God, er is geen andere god. En wij moeten van hem houden met ons hele hart, met ons hele verstand en met al onze kracht. En van de mensen om ons heen moeten we evenveel houden als van onszelf. Die regels zijn veel belangrijker dan alle offers in de tempel.’ Jezus vond dat een verstandige reactie. Daarom zei hij: ‘Jij bent dicht bij Gods nieuwe wereld.’ Daarna durfde niemand meer een vraag aan Jezus te stellen.

Terug naar boven

Zaterdag 14 maart , zaterdag in de derde week van de Veertigdagentijd  

Gebed

Onder het pantser, koud en glad,
Woont het hart dat niet wil breken 
Het beeft voor wat de wereld vraagt 
Zwijgt over waar het van zou willen spreken 

De mensen staan tevreden aan de kant 
Hebben de zege voor je opgetuigd 
Maar mijn leven blijft een steen 
Als ik niet van binnen buig

Lezing van de dag, Lucas 18, 9-14

Jezus gaf nog een voorbeeld. Dat was bedoeld voor mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. Jezus zei: ‘Een farizeeër en een tollenaar gingen naar de tempel om te bidden. De farizeeër stond trots rechtop. En hij begon te bidden: ‘God, ik dank u dat ik niet ben zoals de andere mensen. Want die zijn oneerlijk, ze stelen en ze gaan vreemd. En ik dank u dat ik niet ben zoals die tollenaar daar. Ik betaal belasting aan de tempel over al mijn bezit. En ik vast twee keer per week om u te eren.’ Intussen stond de tollenaar helemaal achter in de tempel. Hij durfde zelfs niet omhoog te kijken. Hij huilde en zei: ‘God, ik ben een slecht mens. Heb medelijden met mij.’ Luister naar mijn woorden: Toen de twee mannen naar huis gingen, was de tollenaar bevrijd van zijn schuld. Maar de farizeeër niet. Want God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt, onbelangrijk maken. En juist mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken.’

Terug naar boven