Woensdag 18 februari, Aswoensdag 

Gebed

Ik leef het liefst waar niemand kijkt; 
als gras onder de dauw, 
waar men goed doet en dan zwijgt, 
waar niemand zegt ‘Ik hou van jou’ 
als dat niet diep gemeend 
en vol van trouw is 
en van leven.

Dat leven ga ik tegemoet. 
Paaspelgrim onderweg. 
Een wandelaar die zonder kaart 
En zonder schoenen gaat 
Blootvoets, 
Want er is grond die draagt.

Lezing van de dag, Matteus 6, 1-6. 16-18

Jezus zei: ‘Let op! Je moet doen wat God van je vraagt. Maar je moet dat niet doen om op te vallen bij de mensen. Anders zul je geen beloning krijgen van je Vader in de hemel. Als je arme mensen geld geeft, laat dat dan niet aan iedereen weten. Schijnheilige mensen doen dat wel. Zij vertellen aan iedereen in de synagoge en op straat hoe goed ze zijn. Want ze willen dat de mensen goede dingen over hen zeggen. Luister goed naar mijn woorden: Zij hebben hun beloning al gekregen. Houd het geheim als je geld geeft aan arme mensen. Je linkerhand mag zelfs niet merken dat je rechterhand iets geeft. Je Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En hij zal je belonen. Je moet niet bidden om op te vallen Als je bidt, laat dat dan niet aan iedereen zien. Schijnheilige mensen doen dat wel. Zij staan graag te bidden in de synagoge en op straat. Want dan kan iedereen hen zien. Luister goed naar mijn woorden: Zij hebben hun beloning al gekregen. Als je gaat bidden, ga dan je huis in en doe de deur dicht. Dan kun je in het geheim tot je Vader bidden. Je Vader ziet wat er in het geheim gebeurt. En hij zal je belonen. (…) Als je een dag gaat vasten uit eerbied voor God, laat dat dan niet aan iedereen weten. Schijnheilige mensen doen dat wel. Zij kijken somber en ze gooien zand over hun hoofd. Zo kan iedereen zien dat ze die dag vasten. Luister goed naar mijn woorden: Zij hebben hun beloning al gekregen. Als je een dag gaat vasten, houd het dan geheim. Was en verzorg je gezicht. Dan merkt niemand het, behalve je Vader. Hij ziet wat er in het geheim gebeurt. En hij zal je belonen.

Terug naar boven

Donderdag 19 februari , donderdag na Aswoensdag

Gebed

De angst is als de wind vandaag
Door haren waaiend en door huid
Als ik mij loslaat en dan val
Het ravijn in 
Wie haalt mij daar dan uit

Wat ga ik doen
Wat ga ik laten
Durf ik open 
Of hou ik de deuren dicht?

Overgave
Is geen daad
Maar blijven staan

Tot ik niet meer weet 
Wie kijkt

Lezing van de dag, Lucas 9, 22-25

Jezus vertelde wat er met hem zou gebeuren. Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden. De leiders van het volk, de priesters en de wetsleraren zullen hem behandelen als een vijand. Hij zal gedood worden. Maar drie dagen later zal hij opstaan uit de dood.’ Jezus zei tegen alle mensen: ‘Als je mijn volgeling wilt zijn, dan mag je niet meer aan jezelf denken. Je moet juist bereid zijn om je leven op te geven, elke dag opnieuw. En je moet met mij meegaan. Als je je leven probeert te redden, zul je het juist voor altijd verliezen. Maar je kunt ook je leven verliezen omdat je mijn volgeling bent. Dan zul je je leven juist voor altijd redden.’ Jezus zei verder: ‘Stel dat je de hele wereld in bezit krijgt. Wat heb je daaraan als je je leven verliest? Of als je jezelf daarmee kapotmaakt?

Terug naar boven

Vrijdag 20 februari , vrijdag na Aswoensdag

Gebed

Laat mij het goede doen 
Zoals de zee het strand bereikt 
Levend water 
Stromend, het zand op, de aarde in 

Dat zo onhoudbaar 
Het goede  
In de wereld komt 

Laat mij in die stroom
Met open hand
Uitdelen van de
Overvloed 

Terug naar boven

Zaterdag 21 februari , zaterdag na Aswoensdag

Gebed

Hoor je mij? 
Ken je mijn stem en mijn verhaal?

Leven jij en ik tegelijk,
Of verdwaal ik in jouw oor?

Wie weet wat ik hier hoor
En wat jij zegt.

Is de Liefde voor ons weggelegd
Of hebben wij haar weg gelegd? 

Leef niet langs mij heen
Zeg dat je me kent
Zie mij, weet mij,
Ik voel dat je er bent.

Lezing van de dag, Lucas 5, 27-32

Jezus ging daarna weer naar een andere plaats. Onderweg zag hij een tollenaar bij zijn tolhuis zitten. De man heette Levi. Jezus zei tegen Levi: ‘Kom, ga met mij mee.’ Levi stond op, liet alles achter en ging met Jezus mee. In zijn huis maakte Levi een groot feestmaal klaar voor Jezus. Er waren ook veel tollenaars en andere gasten. Ze aten samen. De farizeeën en wetsleraren klaagden daarover. Ze zeiden tegen de leerlingen van Jezus: ‘Jullie horen niet te eten met tollenaars en slechte mensen.’ Toen zei Jezus: ‘Een dokter is er niet voor gezonde mensen, maar voor zieke mensen. Met mij is het net zo. Ik ben er niet voor goede mensen. Ik ben juist gekomen om slechte mensen te vertellen dat ze een nieuw leven moeten beginnen.’

Terug naar boven