Maandag 2 maart, maandag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
Ik zie wat ik heb aangericht
Waar ik geweld deed zonder slaan
Waar ik doodde zonder kogels
Waar ik verdween
Terwijl ik er had moeten staan
Ik keer mij om, hier ben ik weer
Ik richt mij op het goede, Heer
Laat mijn geloof zijn als het huis
Op een aarde die niet beeft
Ik bid dat u mij niet verlaat
En dat u mij vergeeft
Lezing van de dag, Lucas 6, 36-38
Jezus zei ook: ‘Wees net als jullie Vader goed voor andere mensen. Veroordeel andere mensen niet, dan zal God jou ook niet veroordelen. Zeg niet dat andere mensen slecht zijn, dan zegt God dat ook niet over jou. Vergeef mensen als ze fouten maken, dan doet God dat ook. Geef, en je zult krijgen, meer dan je vast kunt houden! Want zo veel als jij aan anderen geeft, zo veel geeft God aan jou.’
Dinsdag 3 maart , dinsdag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
De woorden liggen helder
In het vroege licht
Ze rusten in de akker
Waar de zon op valt
Waar warme aarde zwicht
Voor het breken van het zaad
Voor de wortel die zijn weg zoekt
In donkere grond
Groenheid groeit naar boven
De wereld in
En draagt daar vrucht
Onmiskenbaar eigen
Aan wat van verre werd gehoord:
Het zuivere geluid
Van het eerste woord
Lezing van de dag, Matteüs 23, 1-12
Jezus sprak tegen de leerlingen en tegen alle mensen. Hij zei: ‘De wetsleraren en de farizeeën vertellen hoe je je moet houden aan de wet van Mozes. Doe wat ze zeggen, maar leef niet zoals zij. Want ze doen zelf niet wat ze aan jullie leren. Ze willen dat iedereen zich houdt aan alle regels. Zo maken ze het de mensen moeilijk. Maar zelf willen ze zich aan geen enkele regel houden. Alles wat ze doen, is bedoeld om op te vallen. De kwastjes die ze aan hun kleren dragen, zijn extra groot. En de band die ze om hun voorhoofd dragen als ze gaan bidden, is extra breed. Zo lijkt het alsof zij meer eerbied voor God hebben dan andere mensen. Ze willen de mooiste plaatsen hebben bij een feestelijke maaltijd. En ze willen vooraan zitten in de synagoge. Ze willen beleefd gegroet worden op straat. En ze willen dat mensen hen ‘meester’ noemen.’ Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Jullie moeten je nooit ‘meester’ laten noemen. Want jullie hebben maar één meester. En jullie zijn mijn volgelingen, dus jullie zijn allemaal gelijk. Noem niemand op aarde ‘vader’. Want jullie hebben maar één Vader, je Vader in de hemel. Laat je ook niet ‘leraar’ noemen. Want jullie hebben maar één leraar, de messias. De belangrijkste van jullie is degene die de anderen dient. God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt, onbelangrijk maken. Maar mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken.’
Woensdag 4 maart , woensdag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
Hoe noem ik dat
Dat stevige
Dat vaste
Hoe hou ik het en
Hoe hou ik het vast
Waar ligt
Dat veilige
Altijd aanwezige
Het rust in mij
Als in een diepe zee
Zand en water
Schelpen
Leven ongezien
Een bodem van
Vertrouwen
Lezing van de dag, Matteüs 20, 17-28
Jezus was op weg naar Jeruzalem. Toen hij met de twaalf leerlingen alleen was, zei hij: ‘We zijn op weg naar Jeruzalem. Daar zal de Mensenzoon uitgeleverd worden aan de priesters en de wetsleraren. Zij zullen besluiten dat hij gedood moet worden. Ze zullen hem uitleveren aan de ongelovigen. Die zullen hem bespotten, en hem met de zweep slaan. Daarna zullen ze hem aan het kruis hangen. Maar drie dagen later zal hij opstaan uit de dood.’ Toen kwam de moeder van Jakobus en Johannes bij Jezus, samen met haar twee zonen. Ze knielde voor Jezus en zei: ‘Mag ik u iets vragen?’ Jezus vroeg: ‘Wat wilt u vragen?’ Ze zei tegen hem: ‘Als u straks koning wordt, mogen mijn zonen dan naast u zitten? De één rechts en de ander links?’ Jezus gaf antwoord aan Jakobus en Johannes. Hij zei: ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Ik zal zwaar moeten lijden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Ze zeiden: ‘Ja, dat kunnen we.’ Toen zei Jezus tegen hen: ‘Inderdaad, jullie zullen net als ik zwaar lijden. Maar ik bepaal niet wie er straks naast mij mogen zitten. Dat bepaalt mijn Vader.’ De andere leerlingen hoorden wat Jakobus en Johannes gezegd hadden. Ze werden kwaad op de twee broers. Jezus riep de leerlingen bij elkaar en zei: ‘Jullie weten hoe het gaat in de wereld. Koningen heersen over hun volk. En mensen met macht spelen de baas over anderen. Maar zo mag het bij jullie niet gaan. Als je de belangrijkste wilt zijn, moet je de anderen dienen. Als je de voornaamste wilt zijn, moet je de anderen dienen zoals een slaaf doet. Zo is het ook met de Mensenzoon. Ik ben niet gekomen om over mensen te heersen. Ik ben er juist om mensen te dienen. Ik zal mijn leven geven om veel mensen te redden.’
Donderdag 5 maart , donderdag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
Het licht valt schuin de keuken in
Over de scherven van mijn bestaan
Hier op de grond
Ik raap ze op, breng ze bijeen
Ik snij me er niet aan
Ik ken de randen en hun naam
Bij de zwarte stukken weende ik
En bij de witte was het feest
Er valt hier niets te lijmen
Het is niet meer of minder
Dan het is geweest
Ik was erbij
Ik leefde het
Beleefde het
En ik was vrij
Lezing van de dag, Lucas 16, 19-31
Daarna gaf Jezus dit voorbeeld: ‘Er was eens een rijke man. Hij droeg de mooiste en duurste kleren, en hij vierde elke dag feest. Er was ook een arme man, met allemaal vieze wonden op zijn lichaam. Die man heette Lazarus. Lazarus lag voor de deur van de rijke man. Zo hoopte hij wat restjes eten te krijgen. Maar hij kreeg niets. Er kwamen alleen honden, die aan zijn wonden likten. Op een dag ging Lazarus dood. Engelen namen hem mee en brachten hem bij Abraham. Lazarus mocht naast Abraham zitten. Ook de rijke man ging dood en werd begraven. Hij kwam in de hel en had heel veel pijn. In de verte zag hij Abraham zitten, en daarnaast zat Lazarus. De rijke man riep: ‘Vader Abraham, heb medelijden met mij! Ik heb zo veel pijn in dit vuur! Stuur Lazarus naar me toe. Laat hem met zijn vinger een druppeltje water op mijn tong leggen.’ Maar Abraham zei: ‘Mijn zoon, jij hebt het toch goed gehad tijdens je leven, terwijl Lazarus het slecht had? Nu wordt hij getroost, maar jij moet pijn lijden. Bovendien is er een diepe afgrond tussen ons. Daardoor kunnen wij niet bij jullie komen, en jullie kunnen niet bij ons komen.’ Toen riep de rijke man naar Abraham: ‘Wilt u Lazarus dan alstublieft naar mijn familie sturen? Laat hem mijn vijf broers waarschuwen. Anders komen zij ook in de hel, net als ik.’ Maar Abraham zei: ‘Je broers hebben de wet van Mozes en de boeken van de profeten. Laten ze daar maar naar luisteren.’ Toen zei de rijke man: ‘Maar daar luisteren ze niet naar! Ze zullen hun leven pas veranderen als er een dode naar hen toe komt.’ Maar Abraham zei: ‘Je zegt dat je broers niet luisteren naar Mozes en de profeten. Dan zullen ze ook niet luisteren naar iemand die opstaat uit de dood.’
Vrijdag 6 maart , vrijdag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
De rechte mens
Die voor je staat
Wat zegt hij je?
En als iets in jou verstrakt,
Laat je dan die woorden
Ingepakt?
Of open je met zachte hand
Het papier, en daarna,
Licht verward, wellicht
Je hart?
Lezing van de dag, Matteüs 21, 33-43, 43-46
Jezus gaf nog een ander voorbeeld. Hij zei: ‘Een rijke man heeft een wijngaard. Hij bouwt er een muur omheen, en maakt een bak om de druiven in te persen. Ook bouwt hij een toren voor het bewaken van de wijngaard. Dan verhuurt hij de wijngaard aan boeren, en gaat zelf op reis. In de tijd van de oogst stuurt de man zijn knechten naar de wijngaard. Die moeten zijn deel van de opbrengst ophalen. Maar de boeren grijpen de knechten. Ze slaan één knecht in elkaar. Een andere slaan ze dood. En weer een andere gooien ze dood met stenen. Dan stuurt de man opnieuw knechten naar de wijngaard. Deze keer zijn het er meer. Maar met hen gebeurt precies hetzelfde. Ten slotte stuurt de man zijn zoon naar de wijngaard. Want de man denkt: Voor mijn zoon zullen de boeren wel respect hebben. Maar als de boeren de zoon zien, zeggen ze tegen elkaar: ‘Kijk, daar komt de zoon. Hij zal al het bezit van zijn vader krijgen. Kom op, we slaan hem dood! Dan is de wijngaard van ons.’ Ze grijpen hem vast, slepen hem de wijngaard uit en slaan hem dood.’ Jezus zei: ‘En dan komt de eigenaar van de wijngaard zelf. Wat zal hij doen met die boeren?’ De priesters en de farizeeën antwoordden: ‘Hij zal die misdadigers op een vreselijke manier doden. En hij zal zijn wijngaard verhuren aan andere boeren. Aan boeren die hem wel zijn deel van de opbrengst geven.’ Toen zei Jezus tegen hen: ‘Gods nieuwe wereld is niet langer voor jullie. Hij is voor andere mensen. Voor mensen die doen wat God wil. Jullie weten wat er in de heilige boeken staat: «De bouwers gooiden één van de stenen weg. Maar dat werd juist de belangrijkste steen van het gebouw. God heeft dat zo bepaald. En de mensen kunnen het niet begrijpen.»
Zaterdag 7 maart , zaterdag in de tweede week van de Veertigdagentijd
Gebed
Ik kan bidden om begrip
Om leven of gezondheid
Ik kan bidden om een kind
Of voor een kind
Maak hem weer beter Heer
Enzo
Ik kan smeken om verstaan
Te worden
en verhoord
Die roep om alles
wat te krijgen of te geven is
wordt heus gehoord
Maar bidden
Is vertelt niet wat er te geven is
Maar is gesprek
Waarin God te leven is
Lezing van de dag, Matteus 5, 43-48
Jullie weten dat de wet zegt: «Je moet houden van de mensen om je heen. Maar je vijanden moet je haten.» Dit zeg ik daarover: Je moet ook van je vijanden houden. En je moet bidden voor de mensen die jou in moeilijkheden brengen. Alleen dan zijn jullie echt kinderen van God. Want ook jullie Vader in de hemel is goed voor iedereen. Hij geeft zon en regen voor iedereen, voor goede en voor slechte mensen. Stel dat je alleen van je vrienden houdt. Verdien je dan een beloning van God? Nee, want ook slechte mensen houden van hun vrienden. En stel dat je alleen je vrienden groet. Doe je dan iets bijzonders? Nee, want ook de mensen die niet in God geloven, doen dat. Jullie moeten goed zijn voor alle mensen. Net zoals jullie hemelse Vader goed is voor iedereen.’