Leven in een wereld vol hoop 4
Tekst voor zondag 21 december
Bijna. Het is bijna Kerstmis. Nog een paar dagen en dan vieren we – opnieuw – dat Jezus geboren werd als mens onder de mensen. Dat God ons niet in de steek liet. Dat er hoop is. Het lijkt een tegenspraak: in een wereld die donker is, waar mensen harteloos en hopeloos elkaar naar het leven staan, zingen en vertellen over nieuw leven, over hoop. En toch doen we het. Waarom? Omdat het laatste wat we moeten loslaten hoop is. Hoop voor onze kinderen. Hoop voor de kinderen van moeders over de hele wereld. Hoop op morgen, op dat het ooit beter wordt. Hoop begint niet groots. Hoop begint altijd tussen twee mensen. Tussen een moeder en haar kind. Als twee mensen van elkaar houden. Als iemand zijn hand uitstrekt naar een ander. Dichtbij, hier in ons land. Maar ook in al die landen in de wereld waar elke dag mensen de hoop niet verliezen. Daarvoor steken we de vierde kaars aan. Voor mensen van hoop. Waar ze ook zijn. Een klein licht, begin van iets groots.
Om over na te denken
In de evangelielezing van de vierde zondag van de advent horen we hoe Mattheus vertelt over de boodschap van hoop die Jozef krijgt: jouw lief, jouw Maria zal een zoon krijgen. En die moet je Immanuel noemen. Dat betekent “God met ons”. Wat een hoopvolle boodschap is dat! God laat ons niet in de steek. Hij is met ons. Maar wat dan het bijzondere is, is dat God zich laat kennen in een heel klein kind. Het kwetsbaarste wat er is. Een zuigeling die nog niets zelf kan. Die afhankelijk is van zijn moeder, zijn vader, voor alles. Is dat niet raar? Of is dat juist een ongelooflijk hoopvol beeld? God die zich om ons bekommert en ons uitdaagt, ons vraagt om er te zijn voor het kwetsbare, voor het kleine en zichzelf zo laat kennen. Hoop die zichtbaar wordt in juist datgene dat niet sterk en groots is. Op heel veel plekken in de wereld, daar waar de nood het hoogst is, daar waar alles moeilijk en zwaar is, vallen mensen terug op wat er werkelijk toe doet: er zijn voor elkaar, voor de kleinste, voor de zwakste. Voor de kinderen. Want daarvoor kom je in beweging. Dat geeft kracht en moed en de wil om er voor te gaan, tegen de stroom in. Vol vertrouwen en hoop. We hoorden het deze advent in de verhalen over Avaika en haar ouders in Kameroen. Over Pechi die in India zorgt voor zeven kleine kinderen. We horen het van onze vrienden in Palestina, die elke dag alles doen om hun kinderen weer een toekomst te geven. We horen het van zusters in Bolivia die hun hart openen voor de kinderen van de straat. We zien het als hier in Nederland met kerst op zoveel plekken deuren opengaan voor gezinnen die het moeilijk hebben. Hoop begint met houden van. En met het geloof, de rotsvaste overtuiging, dat er altijd weer een kans is op nieuw begin, op nieuw leven. Tegen de verdrukking in.
Een moeder krijgt een zoon. Geen koning met goud en grootsheid. Maar wel klein, afhankelijk en hunkerend naar een liefdevol begin. Advent gaat wellicht precies daarover: kunnen we onze ogen en onze harten openen voor dat wat klein is? Voor dat wat niet zonder ons kan. Elke week een lichtje meer. Hier in onze kerken, in onze huizen en harten. In huizen en harten over de hele wereld. Voor kleine en grote mensen die naar elkaar omzien.
Van harte wensen we jou, u, een Zalig Kerstmis. Met oog voor het allerkleinste, met oog voor elkaar. Dichtbij en ver weg. Als we elkaar liefdevol aan durven kijken, kan hoop groeien, zál hoop groeien.
Leven in een wereld vol hoop 3
Tekst voor zondag 14 december
We zijn halverwege de advent. Kerst is haast al zichtbaar. Je ziet het in onze kerken waar het wit van het kerstfeest al doorschemert door het paars van de advent heen. Hoe hoopvol is dat. Maar wat als je leeft op een plek op onze aarde waar het zo donker is, dat al het licht verdwenen lijkt? Als natuurgeweld je leven wegvaagt, zoals in Indonesië. Als je op de vlucht moet omdat machthebbers jouw plekje uitkiezen als frontlinie, zoals deze dagen opnieuw in Cambodja en Thailand. Dan lijkt hoop ver weg. Totdat iemand stil staat en je bij de hand neemt. Totdat je een schep vindt om weer op te bouwen, wat verwoest is. Totdat je iemand vindt die je helpt om rechtop te staan. Overal en altijd weer staan mensen op en beginnen opnieuw. Dat ons licht mag branden voor al die helden van hoop, waarover je niets hoor in de journaals. Overal op de wereld.
Om over na te denken
In de viering van komende zondag is het de moeite waard om de psalm een keer met aandacht te lezen. Het is een prachtige tekst, die past bij de tijd waarin we leven:
Kom, Heer, om ons te redden.
De Heer blijft trouw tot in eeuwigheid,
doet recht aan de verdrukten,
Hij geeft de hongerigen brood,
de Heer bevrijdt de gevangenen.
De Heer opent de blinden de ogen,
de Heer richt de gebukten weer op,
de Heer heeft de rechtvaardigen lief,
de Heer beschermt de vreemdelingen.
Kom, Heer, om ons te redden.
(Ps. 146,6-9)
De psalm zingt over het vertrouwen dat God de mensen niet loslaat. Dat Hij er altijd is, hoe moeilijk het ook is. In de handen van mensen die de gebukten weer op laten staan. In de harten van mensen die zich om vreemdelingen bekommeren. In de gulle gaven van hen die hongerigen voeden. En dat zijn echt niet allemaal heiligen. Dat zijn wij. Gewone mensen die het goede willen doen. Zoals in Nicaragua, waar mensen de handen ineen slaan om in een gebied waar kinderen ondervoed zijn, moestuinen te maken voor de scholen. Zo brengen ze de hoop op toekomst door goed onderwijs, samen met de meest basale van alle behoeftes: goed en voldoende te eten.
Maar ook in Bolivia, waar vrijwilligers zonder aarzelen de gevangenissen bezoeken met eten en medicijnen. Simpelweg omdat mensen daar honger lijden en ziek zijn. Want zelfs de grootste crimineel is uiteindelijk toch allereerst een mens, een zoon of dochter van een moeder.
Of hier in Nederland, waar mensen nu al maandenlang in Kampen in een kerk waken om een gezin te beschermen dat ons land moet verlaten. Het gaat om kinderen, om heel gewone mensen. Die laat je toch niet in de steek?
Of in Argentinië en Brazilië waar mensen opkomen voor de rechten van vrouwen. Door de straat op te gaan en je stem te laten horen, maar ook door in de meest afgelegen gebieden meisjes en jonge vrouwen voor te lichten en op te leiden. Zodat ze rechtop kunnen staan. Omdat ze er toe doen. Dat is hoop. Hoop op licht en toekomst. Hoop voor onze advent.
Leven in een wereld vol hoop 2
Tekst voor zondag 7 december
“Blessed are the peacemakers.” Met die boodschap reisde paus Leo XIV naar Libanon. Het stond op grote spandoeken, overal in de stad Beiroet. Zo keihard nodig in een door oorlog en geweld verscheurd land als Libanon. Maar heeft het zin? De paus kwam maar net wat meer dan een dag en vertrok toen alweer. Het zuiden van het land, waar de crisis het grootst is, bezoekt hij helemaal niet. En toch: Libanon danst en juicht. Want hoe krachtig is het signaal van hoop dat dit bezoek uitstraalt: Gezegend zijn zij die werken aan vrede. Gezegend zijn de mensen met twee handen die elkaar dragen, die in de ander niet de vijand zien, maar allereerst een ander mens. Mensen die zorgen en verzorgen, die koesteren, ruimte geven en liefdevol durven lachen om de kinderen die Libanon morgen zullen dragen. Hoop begint daar. Vrede begint daar. De paus kwam voor hen. Om te steunen, om zijn handen naar hen uit te strekken. En om te zegenen. Want hoop begint, waar mensen elkaar tot zegen durven zijn.
Om over na te denken
Het bezoek van paus Leo XIV aan Libanon, precies aan het begin van de advent, is bijzonder in vele opzichten. Niet alleen bezoekt hij een land midden in een van de meest complexe conflicten van onze wereld, hij doet dat ook met een intense oproep om over grenzen heen te kijken. Grenzen tussen mensen, die gevoed worden door haat, verdriet en een diep besef van gevoelde onrechtvaardigheid. Hoe moeilijk moet het zijn voor mensen in een land als Libanon om daar overheen te kijken en te blijven geloven dat er ook andere manieren zijn.
In de lezingen van de tweede zondag van de advent, gaat het precies daarover: de profeet Jesaja beschrijft zijn droom over een andere wereld. Maar dan ook echt anders! Een wereld waar de wolf woont bij het lam, een leeuw bij een kalf en een kind bij het hol van een adder. (Jes. 11,1-10) Een wereld waarin vertrouwen voorgaat op angst. Hoe hoopvol is dat!
Het lijkt onmogelijk en niet realistisch in onze wereld. Maar we willen blijven geloven dat het ooit wel kan. Elke dag worden we opgeroepen om de kansen te zien en het niet op te geven. Al zijn het soms maar heel kleine dingen: hoop begint immers altijd klein.
In onze wereld zouden we daarom meer dan ooit onze kinderen moeten koesteren. Zij zullen de wereld van morgen moeten dragen. Laten we daarom hun harten vullen met hoop en een verlangen naar een wereld waarin het goed is om samen te leven, onafhankelijk van wie je bent, waar je in gelooft. Een wereld waarin verschillen tussen afkomst en oorsprong geen bron van twist zijn, maar juist een kans om van elkaar te leren en aan elkaar te groeien.
Het begint met de kinderen. Daarom is het ook zo ontzettend waardevol – en dus heel hoopvol – dat overal op de wereld mensen in beweging komen voor kinderen. Om ze een toekomst te geven, om ze de ruimte te geven om te spelen en zich te verwonderen. Om kind te zijn. Zoals bijvoorbeeld in India waar de kinderen van nomaden de kans krijgen om naar school te gaan. Een kans die hun ouders vaak niet kregen. En met die school begint toekomst. En met toekomst komt hoop. Het is maar een voorbeeld, maar godzijdank: een voorbeeld zoals er nog zoveel meer zijn.
Paul Leo XIV zegent de mensen die werkelijk gaan voor vrede. En dan kijkt hij niet omhoog naar de leiders en de politici. Hij kijkt allereerst naar mensen voor en naast hem. Mensen die je in de ogen kunt kijken. Die met hun twee handen vrede willen brengen dichtbij. Bij elkaar. Bij hun kinderen. Voor zichzelf. En voor de wereld van morgen.
Leven in een wereld vol hoop 1
Tekst voor zondag 30 november
Terwijl wereldleiders in 28 punten beslissen over het lot van miljoenen in de Oekraïne, en terwijl de situatie in Soedan elke dag verslechtert, begint – zoals elk jaar – opnieuw de Advent. Een eerste klein lichtje brandt in een wereld die alsmaar donkerder wordt.
Want er ís hoop. Tegen beter weten in. Echt waar. Op ongeziene plekken vaak en door ongeziene mensen. Uitgestoken handen van mens tot mens. Mensen die in beweging komen voor een ander. Bijvoorbeeld in Kameroen, als mensen met een groot hart er zijn voor kinderen met een beperking en hen weer een kans geven op onderwijs. En dus hoop op toekomst geven.
En wat in Kameroen gebeurt, gebeurt overal. Ver weg en dichtbij. Ongezien kleine lichtpunten van hoop. Kwetsbaar misschien. Maar het is wel licht. Aangestoken door de handen van mensen die oprecht omzien naar elkaar. Dat – ten diepste – is Advent.
Om over na te denken
Oorlogen, honger en onderdrukking lijken van alle tijden. En zijn verwoestend in het leven van talloze mensen. Ongeteld veel mensen. Op dit moment is de situatie in Soedan dramatisch. Maar dat geldt ook voor Gaza, grote delen van DR Congo, voor Jemen, voor het noorden van Kameroen, voor de Oekraïne. En nog op zoveel plekken meer. Soms lijkt het alsof elke daad ten goede wordt weggevaagd door zoveel meer daden van geweld en machtsmisbruik.
Toch is dat niet het enige. Want op al die plekken van geweld en verdriet, zijn ook altijd weer mensen die opstaan. Die misschien geen vrede kunnen brengen, maar wel kunnen troosten. Die misschien geen oplossingen hebben voor de grote problemen, maar wel er zijn voor kleine mensen. Eén op één. Van hart tot hart. Mensen die geen zwaarden maken, maar ploegijzers. Mensen die zelf licht zijn in een donkere duistere wereld. (vgl. Jes. 2: de eerste lezing van de eerste zondag van de Advent).
Het is verleidelijk om de moed te laten zakken, als we het journaal zien en de krant lezen. Want wat kan ik er aan doen? Veel lijkt hopeloos. Maar toch is dat niet waar. De mensen in Kameroen die er zijn voor kinderen met een beperking geven de moed niet op . De vele duizenden mensen die namens inheemse volken van over de hele wereld samenkwamen bij de klimaattop in Belém geven niet op. En nee: er was geen allesomvattend akkoord bij die top. Maar nooit eerder werd de stem van mensen zelf zo gehoord bij een top als deze als in Belém. Mensen bemoedigden elkaar. Zagen elkaar en besloten door te gaan en niet op te geven. Doen wij dat ook? Zien wij de ander en komen we in beweging op een manier die bij ons, bij jou, bij mij past? Meer wordt er niet gevraagd.
Verandering begint klein. Een betere toekomst begint klein.
Als wij zondag de eerste kaars aansteken op de adventskrans, getuigen we van hoop. Hoop op gewone mensen, die het goede voor hebben met de wereld. Die een klein licht zijn voor een ander in een donkere tijd. Want met heel veel kleine lichten, overal op de wereld, worden we zelf licht voor een ander in deze wereld. Een wereld zoals God hem voor ogen had.
Kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer. (Jes. 2,5)