Leven in een wereld vol hoop 2

Tekst voor zondag 7 december

“Blessed are the peacemakers.” Met die boodschap reisde paus Leo XIV naar Libanon. Het stond op grote spandoeken, overal in de stad Beiroet. Zo keihard nodig in een door oorlog en geweld verscheurd land als Libanon. Maar heeft het zin? De paus kwam maar net wat meer dan een dag en vertrok toen alweer. Het zuiden van het land, waar de crisis het grootst is, bezoekt hij helemaal niet. En toch: Libanon danst en juicht. Want hoe krachtig is het signaal van hoop dat dit bezoek uitstraalt: Gezegend zijn zij die werken aan vrede. Gezegend zijn de mensen met twee handen die elkaar dragen, die in de ander niet de vijand zien, maar allereerst een ander mens. Mensen die zorgen en verzorgen, die koesteren, ruimte geven en liefdevol durven lachen om de kinderen die Libanon morgen zullen dragen. Hoop begint daar. Vrede begint daar. De paus kwam voor hen. Om te steunen, om zijn handen naar hen uit te strekken. En om te zegenen. Want hoop begint, waar mensen elkaar tot zegen durven zijn.

Om over na te denken

Het bezoek van paus Leo XIV aan Libanon, precies aan het begin van de advent, is bijzonder in vele opzichten. Niet alleen bezoekt hij een land midden in een van de meest complexe conflicten van onze wereld, hij doet dat ook met een intense oproep om over grenzen heen te kijken. Grenzen tussen mensen, die gevoed worden door haat, verdriet en een diep besef van gevoelde onrechtvaardigheid. Hoe moeilijk moet het zijn voor mensen in een land als Libanon om daar overheen te kijken en te blijven geloven dat er ook andere manieren zijn. 

In de lezingen van de tweede zondag van de advent, gaat het precies daarover: de profeet Jesaja beschrijft zijn droom over een andere wereld. Maar dan ook echt anders! Een wereld waar de wolf woont bij het lam, een leeuw bij een kalf en een kind bij het hol van een adder. (Jes. 11,1-10) Een wereld waarin vertrouwen voorgaat op angst. Hoe hoopvol is dat! 

Het lijkt onmogelijk en niet realistisch in onze wereld. Maar we willen blijven geloven dat het ooit wel kan. Elke dag worden we opgeroepen om de kansen te zien en het niet op te geven. Al zijn het soms maar heel kleine dingen: hoop begint immers altijd klein. 

In onze wereld zouden we daarom meer dan ooit onze kinderen moeten koesteren. Zij zullen de wereld van morgen moeten dragen. Laten we daarom hun harten vullen met hoop en een verlangen naar een wereld waarin het goed is om samen te leven, onafhankelijk van wie je bent, waar je in gelooft. Een wereld waarin verschillen tussen afkomst en oorsprong geen bron van twist zijn, maar juist een kans om van elkaar te leren en aan elkaar te groeien. 

Het begint met de kinderen. Daarom is het ook zo ontzettend waardevol – en dus heel hoopvol – dat overal op de wereld mensen in beweging komen voor kinderen. Om ze een toekomst te geven, om ze de ruimte te geven om te spelen en zich te verwonderen. Om kind te zijn. Zoals bijvoorbeeld in India waar de kinderen van nomaden de kans krijgen om naar school te gaan. Een kans die hun ouders vaak niet kregen. En met die school begint toekomst. En met toekomst komt hoop. Het is maar een voorbeeld, maar godzijdank: een voorbeeld zoals er nog zoveel meer zijn.

Paul Leo XIV zegent de mensen die werkelijk gaan voor vrede. En dan kijkt hij niet omhoog naar de leiders en de politici. Hij kijkt allereerst naar mensen voor en naast hem. Mensen die je in de ogen kunt kijken. Die met hun twee handen vrede willen brengen dichtbij. Bij elkaar. Bij hun kinderen. Voor zichzelf. En voor de wereld van morgen.

Leven in een wereld vol hoop 1

Tekst voor zondag 30 november


Terwijl wereldleiders in 28 punten beslissen over het lot van miljoenen in de Oekraïne, en terwijl de situatie in Soedan elke dag verslechtert, begint – zoals elk jaar – opnieuw de Advent. Een eerste klein lichtje brandt in een wereld die alsmaar donkerder wordt.

Want er ís hoop. Tegen beter weten in. Echt waar. Op ongeziene plekken vaak en door ongeziene mensen. Uitgestoken handen van mens tot mens. Mensen die in beweging komen voor een ander. Bijvoorbeeld in Kameroen, als mensen met een groot hart er zijn voor kinderen met een beperking en hen weer een kans geven op onderwijs. En dus hoop op toekomst geven.

En wat in Kameroen gebeurt, gebeurt overal. Ver weg en dichtbij. Ongezien kleine lichtpunten van hoop. Kwetsbaar misschien. Maar het is wel licht. Aangestoken door de handen van mensen die oprecht omzien naar elkaar. Dat – ten diepste – is Advent.

Om over na te denken

Oorlogen, honger en onderdrukking lijken van alle tijden. En zijn verwoestend in het leven van talloze mensen. Ongeteld veel mensen. Op dit moment is de situatie in Soedan dramatisch. Maar dat geldt ook voor Gaza, grote delen van DR Congo, voor Jemen, voor het noorden van Kameroen, voor de Oekraïne. En nog op zoveel plekken meer. Soms lijkt het alsof elke daad ten goede wordt weggevaagd door zoveel meer daden van geweld en machtsmisbruik.

Toch is dat niet het enige. Want op al die plekken van geweld en verdriet, zijn ook altijd weer mensen die opstaan. Die misschien geen vrede kunnen brengen, maar wel kunnen troosten. Die misschien geen oplossingen hebben voor de grote problemen, maar wel er zijn voor kleine mensen. Eén op één. Van hart tot hart. Mensen die geen zwaarden maken, maar ploegijzers. Mensen die zelf licht zijn in een donkere duistere wereld. (vgl. Jes. 2: de eerste lezing van de eerste zondag van de Advent). 

Het is verleidelijk om de moed te laten zakken, als we het journaal zien en de krant lezen. Want wat kan ik er aan doen? Veel lijkt hopeloos. Maar toch is dat niet waar. De mensen in Kameroen die er zijn voor kinderen met een beperking geven de moed niet op . De vele duizenden mensen die namens inheemse volken van over de hele wereld samenkwamen bij de klimaattop in Belém geven niet op. En nee: er was geen allesomvattend akkoord bij die top. Maar nooit eerder werd de stem van mensen zelf zo gehoord bij een top als deze als in Belém. Mensen bemoedigden elkaar. Zagen elkaar en besloten door te gaan en niet op te geven. Doen wij dat ook? Zien wij de ander en komen we in beweging op een manier die bij ons, bij jou, bij mij past? Meer wordt er niet gevraagd. 

Verandering begint klein. Een betere toekomst begint klein. 
Als wij zondag de eerste kaars aansteken op de adventskrans, getuigen we van hoop. Hoop op gewone mensen, die het goede voor hebben met de wereld. Die een klein licht zijn voor een ander in een donkere tijd. Want met heel veel kleine lichten, overal op de wereld, worden we zelf licht voor een ander in deze wereld. Een wereld zoals God hem voor ogen had.

Kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer. (Jes. 2,5)