Leven in een wereld vol hoop
Tekst voor zondag 30 november
Terwijl wereldleiders in 28 punten beslissen over het lot van miljoenen in de Oekraïne, en terwijl de situatie in Soedan elke dag verslechtert, begint – zoals elk jaar – opnieuw de Advent. Een eerste klein lichtje brandt in een wereld die alsmaar donkerder wordt.
Want er ís hoop. Tegen beter weten in. Echt waar. Op ongeziene plekken vaak en door ongeziene mensen. Uitgestoken handen van mens tot mens. Mensen die in beweging komen voor een ander. Bijvoorbeeld in Kameroen, als mensen met een groot hart er zijn voor kinderen met een beperking en hen weer een kans geven op onderwijs. En dus hoop op toekomst geven.
En wat in Kameroen gebeurt, gebeurt overal. Ver weg en dichtbij. Ongezien kleine lichtpunten van hoop. Kwetsbaar misschien. Maar het is wel licht. Aangestoken door de handen van mensen die oprecht omzien naar elkaar. Dat – ten diepste – is Advent.
Om over na te denken
Oorlogen, honger en onderdrukking lijken van alle tijden. En zijn verwoestend in het leven van talloze mensen. Ongeteld veel mensen. Op dit moment is de situatie in Soedan dramatisch. Maar dat geldt ook voor Gaza, grote delen van DR Congo, voor Jemen, voor het noorden van Kameroen, voor de Oekraïne. En nog op zoveel plekken meer. Soms lijkt het alsof elke daad ten goede wordt weggevaagd door zoveel meer daden van geweld en machtsmisbruik.
Toch is dat niet het enige. Want op al die plekken van geweld en verdriet, zijn ook altijd weer mensen die opstaan. Die misschien geen vrede kunnen brengen, maar wel kunnen troosten. Die misschien geen oplossingen hebben voor de grote problemen, maar wel er zijn voor kleine mensen. Eén op één. Van hart tot hart. Mensen die geen zwaarden maken, maar ploegijzers. Mensen die zelf licht zijn in een donkere duistere wereld. (vgl. Jes. 2: de eerste lezing van de eerste zondag van de Advent).
Het is verleidelijk om de moed te laten zakken, als we het journaal zien en de krant lezen. Want wat kan ik er aan doen? Veel lijkt hopeloos. Maar toch is dat niet waar. De mensen in Kameroen die er zijn voor kinderen met een beperking geven de moed niet op . De vele duizenden mensen die namens inheemse volken van over de hele wereld samenkwamen bij de klimaattop in Belém geven niet op. En nee: er was geen allesomvattend akkoord bij die top. Maar nooit eerder werd de stem van mensen zelf zo gehoord bij een top als deze als in Belém. Mensen bemoedigden elkaar. Zagen elkaar en besloten door te gaan en niet op te geven. Doen wij dat ook? Zien wij de ander en komen we in beweging op een manier die bij ons, bij jou, bij mij past? Meer wordt er niet gevraagd.
Verandering begint klein. Een betere toekomst begint klein.
Als wij zondag de eerste kaars aansteken op de adventskrans, getuigen we van hoop. Hoop op gewone mensen, die het goede voor hebben met de wereld. Die een klein licht zijn voor een ander in een donkere tijd. Want met heel veel kleine lichten, overal op de wereld, worden we zelf licht voor een ander in deze wereld. Een wereld zoals God hem voor ogen had.
Kom, laat ons wandelen in het licht van de Heer. (Jes. 2,5)